OCD kan een splijtzwam zijn in het gezin. Hoewel bij ernstige dwang de lijdensdruk voor de dwangpatiënt het hoogst is, lijden de gezinsleden er ook onder. Door moeheid, frustratie, boosheid en verdriet liggen gezinsconflicten op de loer. Ook de kwaliteit van leven van de gezinsleden kan dalen. De kans daarop is groter bij vrouwen, hoge leeftijd, vaders of moeders van een kind met een dwangstoornis en bij veel meedwangen.

Meedwangen werkt averechts. Het is een gebed zonder eind, waar zowel de patiënt als de leden van zijn gezin psychisch niet beter van worden.
Gezinsleden kunnen depressief en opstandig worden en lijden onder een inperking van hun sociaal leven. Ze zien de hoop op een eigen leven soms verdampen.

Keus: blijven of niet?

Echtparen waarvan één van de partners een dwangstoornis heeft, hebben vaak huwelijksproblemen. Zeker als de dwangstoornis net ontdekt is, is er een grotere kans dat de partner depressief wordt. De stemming tussen de partners volgt de bewegingen van de ernst van de dwang. Hoe erger de dwang is, hoe meer huwelijksproblemen. Klaart het een beetje op, dan loopt ook de relatie weer een stuk beter. En soms gaat het zo goed dat het echtpaar kan genieten van de ‘happy moments’ die ze wel samen hebben.

Partners van iemand met een dwangstoornis kunnen in uiterste nood en wanhoop hun partner, met veel verdriet, nog verlaten. Ouders van een kind met een dwangstoornis kunnen dit niet. Zij doorlopen een rouwproces en maken zich vaak veel zorgen over de toekomst van hun kind; vooral over het moment dat zij er zelf niet meer zijn. Angst en depressie kenmerken hun gevoelens maar, paradoxaal genoeg, soms ook vijandigheid naar hun kind.

Kinderen van

Ook kinderen van een ouder met een dwangstoornis hebben het vaak moeilijk. Belman1 beschrijft vijf dochters van een moeder met een dwangstoornis. De dochters zitten in een spagaat. Aan de ene kant ervaren ze dat hun moeder overbezorgd naar hen is, hen manipuleert en hen veel beperkingen oplegt. Aan de andere kant voelen ze verantwoordelijkheid voor het welzijn van hun moeder. Ze raken echter gefrustreerd en gestrest omdat ze hun eigen identiteit niet kunnen ontwikkelen en als zij soms de ouderlijke rol op zich nemen, missen ze het gezag dat een ouder moet uitstralen. Ze gaan om met de situatie door mee te dwangen. Opvallend is dat ze het stilzwijgen verbreken, het ‘top secret van dwang’, en gaan er met anderen over praten.

Black2 benadrukt dat kinderen van een ouder met een dwangstoornis een grotere kans hebben op een langdurige depressie. Deze kinderen zijn vaak wat meer teruggetrokken, hebben meer lichamelijke klachten en kunnen symptomen van scheidingsangst vertonen. Ze kunnen emotioneel beschadigd raken en zijn vatbaarder voor onaangepast gedrag in hun latere leven. Hoewel rituelen en dwangmatig gedrag bij kinderen vrij normaal zijn, zijn kinderen van een ouder met OCD vaak bang dat dit relatief normale gedrag het begin van een dwangstoornis is.

Als je bovenstaande leest, ben je eigenlijk gek als je geen hulp zoekt als je zelf of iemand in je omgeving last heeft van dwangklachten. Zeker als je bedenkt dat antidepressiva van nut kunnen zijn bij ernstige dwangstoornissen en dat cognitieve gedragstherapie ook gezinsleden aanzienlijk kan helpen.

Photo credit: dimitrisvetsikas via Pixabay (license)  – adaptation
  1. Belman, T. (1999). Effects of maternal obsessive-compulsive disorder on adolescent and young adult daughters. Dissertation Abstract 1999-95020-065. Dissertation Abstracts.
  2. Black, D.W., G.R. Gaffney, S. Schlosser et al. (2003). Children of parents with obsessive-compulsive disorder – a 2-year follow-up study. Acta Psychiatrica Scandinavia, 107(4): 305-313.