Vijftig jaar geleden gebeurde er in Harlingen een auto-ongeluk. “Nou en?” zult u zeggen. Maar lees even verder. Het was ver voor de reality-tv dus sensatie moesten we in de werkelijkheid vinden. Gelukkig was het plaatselijke sleepbedrijf altijd zo vriendelijk het autowrak aan de openbare weg te zetten. Je zag opgedroogd bloed en zelfs een achtergelaten schoen. En erom heen mannen, die gewichtige dingen zeiden zoals “een wonder dat daar iemand levend is uitgekomen” en “de macht over het stuur verloren”.

Opgewonden kwam ik met dit verhaal thuis. Maar wat mijn moeder toen zei, was nog sensationeler dan het autowrak. “Die man moet zo snél mogelijk weer achter het stuur, want anders durft hij het nooit weer.” Ik was diep onder de indruk. Om angst kwijt te raken, moest je dus juist dat doen waar je bang voor bent.

Vlammen of vluchten?

Behalve mijn moeder, wist in die tijd nog niemand hoe je om moest gaan met onredelijke angsten of gevoelens van onrust. Zeker de dwangstoornis werd tot 40 jaar geleden nog beschouwd als nauwelijks behandelbaar. In die tijd kwamen de eerste berichten over succesvolle behandeling met gedragstherapie, medicatie en cognitieve therapie.

In wezen zijn dat nog steeds de peilers van de behandeling. Gedragstherapie en cognitieve therapie hebben zoveel raakvlakken, dat er tegenwoordig gesproken wordt van cognitieve gedragstherapie (CGT).
Er valt natuurlijk een heleboel over te zeggen, maar wat mijn moeder me destijds had bijgebracht, bleek de crux. Je moet juist dat opzoeken waarvoor je wil weglopen. Dat gaat tegen het gevoel in. Vluchten is immers vaak een hele verstandige keuze. Uit een brandend huis bijvoorbeeld.

Het is volstrekt natuurlijk dat je ook obsessieve onrust probeert op te lossen door weg te lopen van datgene wat de onrust veroorzaakt. Dwanggedachten ofwel obsessies zijn ont-stellend, onrust-barend en dwanghandelingen zijn her-stellend, onrust wegnemend.

Omkeer-moment

Maar bij een dwangmatige onrust helpt dit maar even. Er is namelijk geen sprake van een brandend huis, maar van het gevoel alsof het huis in brand staat. En dat gevoel neem je helaas mee door weg te vluchten. De geruststelling die je dan hebt door te vluchten, is maar heel tijdelijk.

Eén van de belangrijkste momenten in een behandeling voor dwangproblematiek, is wat ik het omkeer-moment noem. Als iemand doorkrijgt dat hij echte rust alleen kan vinden door de onrust te verdragen, in plaats van weg te nemen. Dat hij niet de dingen die de onrust oproepen, moet tegengaan, maar dat hij er doorheen moet. Zoals achter de wolken de zon schijnt, zo ligt de werkelijke rust achter de onrust.
Het is nodig dat op één of andere manier te begrijpen om bereid te zijn tot exposure (blootstelling) en responspreventie. Exposure is dan actief datgene opzoeken wat onrust geeft. Responspreventie is het nalaten van handelingen die de onrust wegnemen.

Je moet dus door de zure appel heen. Want eerst neemt de spanning toe, hoewel dat soms erg meevalt, maar na kortere of langere tijd dooft dat uit. Als je je ergens aan blootstelt dan stomp je ervoor af. Alles went immers. Dat geldt ook voor de onrust van het achterwege laten van die herstellende handeling.

Voorkomen beter dan genezen?

Een man van midden veertig was zijn hele leven al dwangmatig allerlei mogelijke rampen aan het voorkomen. Rust had hij nooit, want er kan altijd wel iets mis gaan. Na een paar gesprekken zei hij tegen mij: “Oké dus voorkomen is beter dan genezen, maar bij mij is voorkomen de ziekte.” Dat was zo’n omkeer-moment. Doorkrijgen dat je het niet moet zoeken in handelingen, die de onrust wegnemen. Dat dit op den duur niks oplevert.

En daar zit hem nu ook net de kneep, want dwanghandelingen leveren op korte termijn wél iets op. Het nalaten ervan, geeft eerst een toename van de onrust. Dat uitstaan, dat verduren, is niet makkelijk.

Het is net als doorkomen in koud water. Eerst krimp je even helemaal in elkaar en is het vreselijk en op een gegeven moment ben je door. Je bent gewend aan de nare prikkel van het koude water en je ontspant. Dan roep je tegen degene die nog tot zijn knieën in het water staat te twijfelen: “Je moet echt even doorgaan, het is heerlijk!”

Zoek hulp

Het is bij dwangproblematiek helaas vaak een stuk moeilijker dan doorkomen door koud water. Om te motiveren zeg ik wel: “Elke keer dat het je lukt om de dwang te weerstaan, word jij sterker.” Maar als het lukt, ook al is het maar een beetje, dan is het heerlijk.

Dwangproblematiek is hardnekkig van aard, ook omdat er vaak pas behandeling komt als de problemen al lang bestaan. Maar met behandeling is zeker iets te bereiken. Soms veel, soms minder veel. Maar alleen al een begrip wat er aan de hand is en waar je verbetering zou moeten vinden, is vaak al de moeite waard.

Wacht niet te lang. Zoek hulp om het brandende huis in te gaan, want het brandt niet echt. Dat voelt (maar) zo.

Photo credit: pasa47 via photopin (license)adaptation