Als beginnend wetenschapper heb ik veel geleerd van de indringende ervaringsverhalen, geschreven door patiënten met dwang en hun behandelaren, die op deze website zijn verschenen. De droge feiten die ik in papers lees, beginnen zo tot leven te komen en ik herinner me weer waarom ik ook alweer dagen deelnemers aan het scannen ben in een benauwde kelder, of naar mijn computerscherm zit te staren waar vlekken ‘activiteit’ verschijnen op plakjes hersenen. Om uiteindelijk iets te kunnen betekenen voor deze patiënten, voer ik onderzoek uit met als doel de biologische factoren te ontrafelen die bijdragen aan het ontstaan en in stand houden van dwangmatig gedrag. Nu zou ik op mijn beurt graag een stukje kennis willen delen over de stand van het onderzoek naar het ontstaan van dwang bij kinderen.

Prevalentie en Kenmerken

In ongeveer de helft van de gevallen ontstaat de dwangstoornis al in de kindertijd of puberteit. Dwangstoornissen komen voor bij 0.25% tot 4% van de kinderen en adolescenten en beginnen gemiddeld tussen de leeftijd van 9 en 13 jaar. Uit tweelingstudies blijkt dat er een sterke erfelijke factor (45% – 65%) is verbonden aan dwang die in de kindertijd ontstaat. Dwang beginnende in de kindertijd wordt ook als een apart subtype gezien wat meer binnen families voorkomt en waarbij biologische factoren waarschijnlijk een grotere rol spelen. Dit subtype komt vaak samen voor met Tic-stoornissen en ADHD. Bovendien komt het meer voor bij jongens dan bij meisjes.

Behandelingen

Cognitieve Gedrags- Therapie (CGT) en een combinatie van CGT en medicatie zijn de eerste keuzes bij behandeling. Een vrij groot gedeelte van de patiënten reageert hier echter niet of slechts gedeeltelijk op. Ook is het moeilijk te voorspellen wie goed zal reageren op CGT of medicatie en wie niet. Dat er nog geen perfecte behandeling bestaat, hangt natuurlijk samen met het feit dat de exacte oorzaken van de stoornis nog niet bekend zijn. De afgelopen jaren is er echter wel steeds meer kennis verzameld over onder andere biologische factoren die een rol spelen.

Oorzaken

Technieken zoals MRI, waarmee scans gemaakt kunnen worden van het levende en actieve brein hebben voor toenemende kennis gezorgd.

Er is gevonden dat een bepaald circuit van hersengebieden, genaamd het corticale-striatale-thalamische circuit, betrokken is bij dwangmatig gedrag. Binnen dit circuit wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde ‘motorische’ delen die zorgen voor het uitvoeren van een actie en de ‘limbisch associatieve’ delen die zorgen voor motivatie om een actie uit te voeren. Kort samengevat zorgt het circuit ervoor dat een bepaalde stimulus of ‘trigger’ uit de omgeving leidt tot de juiste respons. Er wordt gedacht dat er bij dwang een verstoorde samenwerking plaatsvindt tussen gebieden in dit circuit, waardoor er een versterkte stimulus-respons relatie ontstaat die niet nuttig, maar juist enorm vervelend en beperkend is voor de patiënt.

Binnen het bovengenoemde circuit spelen bepaalde stofjes een rol, de ‘boodschappers van het brein’, ook wel neurotransmitters genoemd. De belangrijkste neurotransmitters binnen dit circuit zijn glutamaat en GABA. Er zijn diverse aanwijzingen dat de hoeveelheid glutamaat in bepaalde gebieden verstoord is bij dwang patiënten. Het is echter nog niet precies duidelijk of dit echt de directe oorzaak is van de gedragingen of misschien een gevolg of bijverschijnsel.

Aangezien dwang in de kindertijd sterk erfelijk bepaald is (45-65%), is er ook gezocht naar specifieke genen die de stoornis veroorzaken. Er is tot nu toe nog geen bewijs dat 1 bepaald gen de boosdoener is, maar er zijn wel verbanden gevonden tussen dwang en meerdere genetische variaties die allemaal een kleine invloed zouden hebben.

Opmerkelijk is dat deze genetische variaties invloed hebben op de werking van glutamaat in het bovengenoemde circuit. Vanuit verschillende richtingen zijn er nu dus biologische aanwijzingen (genen, glutamaat concentraties, hersenscans) dat glutamaat in het corticale-striatale-thalamische circuit een belangrijke rol speelt bij dwang.

Onderzoek afgerond

Volgende op bovenstaande bevindingen vond er onderzoek plaats naar mogelijke nieuwe medicijnen voor dwang die de glutamaat concentraties normaliseren. Om dit onderzoek te verfijnen is het echter nog steeds belangrijk dat de oorzaak van dwang symptomen nog preciezer vastgesteld wordt.

Photo  credit InspiredImages via Pixabay (license) – adaptation

Bronnen

  • Brem, S., Hauser, T. U., Iannaccone, R., Brandeis, D., Drechsler, R. & Walitza, S (2012). Neuroimaging of cognitive brain function in paediatric obsessive compulsive disorder: a review of literature and preliminary meta-analysis. Journal of Neural Transmission, 119, 1425-1448.
  • Krebs, G. & Heyman, I. (2014). Obsessive-compulsive disorder in children and adolescents. Archives of Disease in Childhood, 0, 1-5.
  • MacMaster, F. P (2010). Translational neuroimaging research in pediatric obsessive-compulsive disorder. Dialogues in Clinical Neuroscience, 12(2), 165-174.