Als je erg twijfelt over je seksuele geaardheid dan zijn er twee mogelijkheden: je seksuele gevoelens zijn inderdaad meer homoseksueel gekleurd dan gemiddeld of je twijfel is meer dan gemiddeld.

In het laatste geval is er niet zozeer sprake van duidelijke homoseksuele gevoelens beleven, maar van je voortdurend afvragen of je geen homoseksuele gevoelens hebt die je verdringt. Of je gevoelens verdringt, is nooit met zekerheid te zeggen, maar de meeste mensen maken zich daar niet druk over. Zij zeggen: “Als je daarover na moet gaan denken dan kun je nergens meer vanuit gaan”.

Het grote probleem bij een dwangstoornis is nu juist dat je daarover wél gaat nadenken, dat je het niet van je af kan zetten. En dat zie je dan weer als een bewijs, dat er wel iets aan de hand zal zijn. Er is ook wel iets aan de hand, namelijk een onvermogen om met (minieme) onzekerheden om te gaan en niet verdrongen homoseksualiteit.

In het blog Als ik zo twijfel, moet dat toch iets betekenen wordt dat goed beschreven voor een ander soort obsessieve twijfel: of je wel de juiste partner hebt. Maar het principe is hetzelfde.

Zekerheid zoeken helpt niet bij een dwangstoornis

Bij de dwangstoornis is sprake van ont-stellende, veront-rustende gedachtes (obsessies) en van her-stellende, geruststelling-zoekende acties (compulsies). Deze acties kunnen ook bestaan uit eindeloos piekeren.

Op zich is er niks tegen geruststelling zoeken, maar bij de dwangstoornis werkt het niet. Het neemt de onrust maar heel even weg en vergroot het juist op de lange duur. Vaak controleren doet onzekerheid toenemen, soms tot het punt dat mensen hun eigen ogen niet eens meer geloven.
Het is als een vals alarm wat afgaat, ook al is er helemaal niets aan de hand. Het probleem is dat het alarmapparaat te gevoelig afgesteld staat en dat los je niet op met controleren.

Als je h-OCD hebt, is de veront-rustende gedachte: zou ik niet toch homoseksueel zijn? Ik zeg met opzet “toch”, want je bent al eindeloos bezig geweest dit uit te zoeken zonder ooit veel aanwijzingen te hebben gevonden. Maar de onrust blijft en alles wat maar een beetje zou kunnen wijzen op homoseksuele gevoelens wordt dan gezien als een aanwijzing dat er wel veel meer zal zijn.

Wat moet je dan doen?

Hoe krijg je een te gevoelig alarm weer minder gevoelig afgesteld? Controleren werkt immers averechts. Je moet het alarm “ben ik geen homo” niet wegdrukken, maar je moet leren er niet op te reageren zodat het uitdooft. “Daar heb je het alarm weer, maar ik ga niet weer kijken of er iets is, want dat helpt niet en de onrust wordt er alleen maar erger van” (responspreventie). En je kunt zelfs situaties, die je tot nu toe steeds vermeed omdat ze onrust oproepen, juist proberen op te zoeken (exposure).

Geen zekerheid zoeken

Als je niet meer je gevoelens steeds controleert, is er dan niet een kans dat je werkelijke homoseksuele gevoelens ten onrechte negeert? Ja die kans is er, maar dat (piep)kleine risico moet je nemen. Je hebt lang genoeg tevergeefs je gevoel gecontroleerd en dat heeft niks opgeleverd. Je moet daarmee stoppen.

Tegen jezelf en tegen je eventuele partner zeggen: “Ik kan niet uitsluiten dat ik ooit toch tot ontdekking kom dat ik homoseksueel ben. Dat zal dan moeilijk worden omdat ik mijn leven daar helemaal niet op heb ingericht. Die kans is er. Hoe groot die kans is, kan ik niet goed beoordelen. Het voelt als heel groot, maar toch heb ik nooit zekerheid gekregen dat het zo is, ook al ben ik er al eindeloos mee bezig. Langer zoeken heeft geen zin. Ik moet leren deze onzekerheid te verdragen en dan wordt het op den duur minder erg.”

Risico’s nemen moet je weer leren

Dat is beslist niet makkelijk, maar je kunt wel leren daar beter in te worden. Het verdragen van de onzekerheid en het niet reageren op de onrustbarende gedachtes is nodig om uit de greep van de dwangstoornis te komen.

Als je dat doet dat kan in het begin de angst meer of minder toenemen. Maar op een gegeven moment merk je dat de spanning afneemt. Er ontstaat een soort onverschilligheid, een gevoel van: “Meer kan ik er ook niet aan doen. Dat moeten we dan maar weer zien.” De meeste mensen hebben hierbij overigens wel professionele hulp nodig.

Conclusie

H-OCD komt niet voort uit discriminatie van homoseksuele gevoelens. Het komt ook voor dat homoseksuele mensen gekweld worden door onzekerheid of ze niet toch eigenlijk heteroseksueel zijn. Een betere naam dan h-OCD is seksuele oriëntatie OCD (so-OCD).

H-OCD is geen probleem met homoseksualiteit, maar een probleem met onzekerheid. Het is heel belangrijk onzekerheid over homoseksuele gevoelens te onderscheiden van onzekerheid door homoseksuele gevoelens. Alleen in het laatste geval is het goed het nader uit te zoeken en te experimenteren om zekerheid te krijgen. Maar bij h-OCD werkt dat averechts, omdat je daar juist moet stoppen te proberen zekerheid te krijgen.

Photo credit: Indicazioni – Indications via photopin (license)adaptation