Onder egodystoon wordt verstaan dat je iets als niet van jezelf ervaart, ik-vreemd. Het is echter een misverstand dat dwangverschijnselen altijd egodystoon zijn.

Lange tijd is gezegd dat de obsessieve onrust die iemand ervaart over mogelijke rampen of indringende gedachten, egodystoon zou moeten zijn omdat er anders sprake was van een waan. Deze voorwaarde is in de DSM-5 vervallen en er is nu de mogelijkheid aan te geven in welke mate iemand beseft dat zijn opvattingen niet reëel zijn.

In feite gaat het om de krachtsverhouding tussen voelen en denken. Als de dwangmatige onrust erg sterk is, dan is het denken er niet tegen bestand. Bij koortsachtige twijfel lukt het niet het hoofd koel te houden. Dan wordt smetvrees een parasietenwaan en kan een indringende voorstelling (obsessieve intrusie) zelfs tot geheugenvervalsing leiden (False Memory OCD).
Kinderen lukt het ook vaak moeilijker goed te blijven beseffen dat de onrust feitelijk niet nodig is. Zij benoemen het vaak als een stemmetje in hun hoofd, die zegt dat ze iets moeten doen.

Egodystoon kan drie aspecten betreffen:

  • Op obsessieve voorstellingen die als indringend worden beleefd maar waarvan je ergens weet dat je het niet wilt, hoewel daarover juist ook voortdurende angst en twijfel is. Bijvoorbeeld de gedachte iemand voor de trein te duwen. Het hebben van dergelijke voorstellingen komt veel voor maar is pas een dwang als ze angst en spanning oproepen;
  • Op obsessieve angsten waarvan je weet dat ze overdreven zijn. Bijvoorbeeld angst iemand ongemerkt te hebben aangereden;
  • Op compulsieve gedragingen waarvan je verstandelijk wel weet dat ze overdreven of onnodig zijn maar die je niet achterwege kunt laten.

In alle gevallen is er dus sprake van een verschil in weten en ervaren.

Photo credit: Alexas_Fotos via Pixabay (license) – adaptation