Tussen hoop en vrees

In opperbeste stemming rijd je over de snelweg naar je vakantiebestemming. Net gepauzeerd en ergens een kop koffie gedronken. Je nadert een tolpoort en vraagt je partner of ze even geld wil aangeven. Dat wil ze wel.

Waar is je tas?

Die moet daar voorin liggen. Nee dus. Ook niet in het dashboardkastje? Nee, ook niet. De schrik slaat je om het hart. Tas met paspoorten, portemonnee, huissleutels, reisbescheiden en alles erin. O nee hè? Vast laten liggen in het wegrestaurant.

In één klap is de stemming omgeslagen. Schrikbeelden strijden in je hoofd om voorrang. Een leeggehaalde bankrekening, een leeggeplunderd huis, een vakantie die in het water valt, uren wachten op een politiebureau om aangifte te doen in een taal die je niet beheerst. Hoe komen we terug naar huis?

Terwijl je de auto naar de kant stuurt, doe je schietgebedjes dat de tas alsjeblieft achterin ligt. Je begint te denken aan wat je doen kunt. Auto doorzoeken? Terugrijden naar het restaurant? Maar hoe kom ik daar, want ik zit op een tolweg. Bellen dan?

Over de afloop laat ik je in onzekerheid, want dáár gaat dit verhaal over.

Tussen hoop en vrees

Onzekerheid is niet prettig, zeker niet als het over iets naars gaat. Een mens wil weten waar hij aan toe is.
Bij onzekerheid is alles nog mogelijk en kun je niks doen. Je kunt niet puinruimen want er is nog geen puin en misschien komt die niet eens. Je kunt ook niet opgelucht ademhalen want misschien draait het wel uit op zuchten van ellende.

Onzekerheid kan martelend zijn, bijvoorbeeld als iemand is vermist. Op een gegeven moment is alles beter dan die onzekerheid, ook al zou het de laatste hoop wegnemen. Een man met een ziekelijke angst voor kanker zei: “Soms denk ik wel eens: had ik maar kanker. Dat lijkt me beter dan deze voortdurende doodsangst om het te hebben.”

Zweven tussen hoop en vrees. Er zijn weinig mensen die dat goed kunnen. Rustig afwachten en niet lijden onder het lijden wat je vreest en wat misschien niet op komt dagen.
Ze zijn er wel. Mensen die heel goed om kunnen gaan met onzekerheid. Die zich pas druk maken als het echt mis is. Die mensen zijn gezegend met een meer dan gemiddelde dosis vertrouwen. Het komt allemaal wel goed en als het niet goed komt dan kunnen we altijd nog treuren. Deze mensen zijn helemaal niet overstuur als hun tas met alles erin weg is.

Misschien moeten zij maar niet verder lezen. Ik ben bang dat ik hen heel moeilijk duidelijk zal kunnen maken wat dwang is. Mensen met dwang kunnen juist heel slecht om gaan met een bepaalde onzekerheid, met de mogelijkheid van een bepaalde ramp. Het blijft hen kwellen.

Wat bezielt je?

Wat bezielt je om je handen stuk te wassen, om je partner te laten controleren of je het afwaswater in het teiltje echt wel kunt weggooien, om je ontlasting te fotograferen voor je doorspoelt of om een hele vuilniszak te doorzoeken op een kapot elastiekje?

Het zijn voorbeelden van dwanghandelingen, ook wel compulsies genoemd.

Maar wat brengt een mens ertoe dit soort onzinnige dingen te doen?
Waarom rijdt iemand 200 kilometer terug om te controleren of hij de stekker wel uit de televisie heeft gehaald? Waarom onderbreekt iemand zijn fietstocht vele malen om aan de waterkant te controleren of er niet iemand verdrinkt? Waarom belt iemand een radiozender op om te vragen welk liedje ze een paar uur geleden uitzonden?

Dat komt door onrust, door het niet om kunnen gaan met een specifieke onzekerheid. Dwanghandelingen zijn er altijd op gericht om een gevoel van onrust weg te nemen. Onrust over rampzalige dingen, die je zouden kunnen overkomen of die door jouw toedoen gebeuren.

Ik kan het niet uitstaan

Soms is de onrust bij dwang niet zozeer onzekerheid over een ramp, maar meer een moeilijk te verdragen gevoel dat iets niet in orde is, niet compleet, onvolledig.
Je krijgt een beeld van een dergelijke onrust als je je voorstelt dat je niet op iemands naam kan komen. “Goh, hoe heet die man ook nog maar weer? Ik kan het niet uitstaan, dat ik daar niet op kan komen. Het ligt op het puntje van mijn tong.”

Grappig is, dat mensen die gebarentaal spreken hetzelfde verschijnsel kennen. Zij kunnen dan niet op een gebaar komen zoals ook te lezen is in deze link.

Deze dwangklachten heten ook wel Just Right OCD.

Voorbeelden

Om een beeld te krijgen welke onzekerheden of onvolledigheden mensen met OCD kunnen kwellen, volgen hier een aantal voorbeelden van onrustbarende gedachten of voorstellingen (obsessies):

  • O jee, ik heb misschien vergeten de kaarsen uit te doen waardoor er brand kan komen.
  • Help, ik heb misschien wel iets over het hoofd gezien, wat heel nare gevolgen heeft.
  • Hè, ik kan maar niet erop komen wat ik zeggen wou.
  • O jee, ik kan iemand zomaar in het kruis grijpen.
  • O jee, mijn kinderen kunnen een ongeluk krijgen.
  • O jee, ik heb misschien wel iets vies aangeraakt.
  • Hè, ik heb het niet op de goede manier gedaan.
  • O jee, ik kan mijn baby zomaar uit het raam gooien.
  • Hè, ik moet dat even aanraken.
  • Hè, wat voelt dat scheef, ik moet daar iets aan doen.
  • O jee, ik kan zomaar iemand een mes in zijn lijf steken.
  • Help, ik moet denken aan de piemels van de mannen die hier bij de bushalte staan.
  • O jee, ik stink misschien wel.
  • Help, ik denk helemaal tegen mijn zin, dat God een klootzak is.
  • O jee, ik moet denken dat ik iemand onder de trein zou kunnen duwen.
  • O jee, ik denk helemaal tegen mijn zin, dat ik hoop dat mijn oma doodgaat.
  • Hè, het moet allemaal helemaal precies kloppen.
  • O jee, ik heb aldoor heel ongewenste seksuele voorstellingen, over seks met dieren, met mijn moeder,
    met nonnen, met lijken.
  • Help, ik heb aldoor heel akelige agressieve voorstellingen.
  • O jee, ik heb aldoor de aandrang tot smerige dingen zoals mensen likken.
  • Hè, mijn ene schoen zit vaster dan de andere.
  • Hè, ik moet het even opnieuw doen.
  • Help, ik moet alles vertellen wat er maar in me opkomt.

Mensen met OCD lukt het met geen mogelijkheid om de onrust die dergelijke onzekerheid of onvolledigheid oproept van zich af te zetten. Ze blijven proberen het weg te nemen door te controleren, te herstellen, te ordenen, te wassen, te neutraliseren, in orde te maken etc. (dwanghandelingen).

Maar een gerust gevoel krijg je niet met zekerheid alleen. Er moet altijd een beetje vertrouwen bij. En dat vertrouwen voelt iemand met dwang nu net niet.

Het meest uitgesproken voorbeeld daarvan is een violist die altijd bang was dat hij zijn viool zou vergeten als hij moest spelen. Zelfs als hij zijn vioolkist open deed en de viool zag liggen dan nog was hij er niet gerust op.
Ik ken geen duidelijker voorbeeld dat de onrust blijft bestaan ondanks de grootst mogelijke zekerheid die je maar kunt krijgen.

De onrust die de vakantieganger uit het voorbeeld ervoer, beleeft iemand met dwang voortdurend.
Een dwangstoornis is niet zozeer onvermogen om met nare dingen om te gaan maar onvermogen om met een bepaalde onzekerheid of onvolledigheid te leven.

Photo credit: MasonJars via photopin (license)adaptation
By |2017-11-19T17:18:43+00:0026 april 2014|Categories: Deskundigenartikelen, Just Right OCD|0 Comments

About the Author:

(Kinder- en jeugd)psychiater, auteur van het boek Vals Alarm, spreker, blogt op Medisch Contact en Arts en Auto. Menno heeft zelf een dwangstoornis. Social Media: LinkedIn | Twitter

No Comments

  1. Robert augustus 17, 2015 at 23:42 - Reply

    Je kunt je leven nooit inrichten zo dat alles onder controle is. Enige onzekerheid is daardoor altijd aanwezig. Een onzekerheid die doorslaat is daarentegen niet goed, dan wordt het leven onverdraagzaam, dan kun je niets meer doen zonder dat er wat zou kunnen gebeuren. Je zult erop moeten vertrouwen dat niet alles fout gaat wat er fout zou kunnen gaan. Als je dat vertrouwen kwijt bent heb je echt een probleem, zoals je al schetste. Bijna altijd zijn angstgedachten dan ook de aller slechtste raadgevers, zij voegen nauwelijks iets toe, tenzij je echt in een vlucht situatie verkeerd. Maar in deze geconditioneerde wereld lijkt het wel of we de verhoudingen zijn kwijtgeraakt. Vanuit mijn perspectief kan ik alleen over dwang oordelen omdat mijn dochter dit heeft. Het andere uiterste van mijzelf. Ik ben er van overtuigd dat hoe donker het er soms uitziet, alles altijd op z’n pootjes terecht komt. Misschien niet meteen, maar als de tijd daar is, als het op dat moment nodig is, dient zich altijd een oplossing aan. Daar vertrouw ik op en heeft me al meer dan 50 jaar gered.

    • Menno Oosterhoff augustus 18, 2015 at 09:17 - Reply

      helemaal eens. Volledige zekerhied krijg je nooit. Om je veilig te voelen moet er altijd een beetje vertrouwen bij. het lijkt wel alsof mensen met dwang dat weinig hebben . En helaas wordt het nog minder ook als je dan gaat zoeken naar meer zekerheid. maar het is wel begrijpelijk dat je dat doet als je de onzekerheid zo scherp ervaart en niet met vertrouwen kunt verdragen. Ik zou iedereen met dwang gunnen dat ze de weg naar vertrouwen op een of andere manier vinden. Makkelijk is dat niet als je dat van nature minder hebt. Je dat kunnen voorstellen als je het wel hebt is ook lastig.

  2. Kitty Kilian april 28, 2014 at 08:05 - Reply

    Just not right. Dat ken ik, ik heb GTS (Tourette). Hardloopschoenen die niet even strak zitten, schilderijen die niet recht hangen. Onverdraaglijk ;-) Maar niet pijnlijk. Ik lijd er niet onder.

Leave A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.