Else de Haan, bijzonder hoogleraar Cognitieve Gedragstherapie bij Kinderen en Adolescenten aan de Universiteit van Amsterdam en psycholoog/psychotherapeut bij de Bascule, stelt in deze gastblog de vraag waarom iemand een dwangstoornis krijgt en waarom de stoornis blijft bestaan.

Robin is bang dat ze het huis en vooral de voordeur niet goed heeft afgesloten. Als ze deur op slot heeft gedaan, controleert ze het slot altijd nog een paar keer. Ze vindt het moeilijk om te besluiten dat de deur nu echt goed dicht is en daarom controleert vaker. Ze merkt dat het de laatste tijd steeds langer duurt voor ze weg kan bij die deur. Het vaker controleren helpt wel, maar niet voor lang. Dan slaat de onzekerheid weer toe. Hoewel dat eerst niet zo was, krijgt ze hetzelfde met andere deuren en ook met de ramen van het huis. De angst en onzekerheid beginnen haar dag te beheersen.

Wat is er mis?

Wat is er aan de hand met Robin? Robin heeft een dwangstoornis. Dat is wel duidelijk. Maar eigenlijk is dat geen antwoord op de vraag wat er mis is. De diagnose dwangstoornis is een beschrijving, maar geen verklaring voor Robins problemen. We zouden ook graag willen weten waarom Robin voortdurend maar controleert. Waarom heeft ze zoveel controles nodig, terwijl ze eigenlijk ook wel weet dat het onnodig is? Wat is er mis met Robin?

Vreemd genoeg hebben we op deze vraag geen antwoord. Er wordt veel geschreven over de dwangstoornis. Er zijn behandelingen voor die redelijk effectief zijn. In de DSM, waarin alle psychische stoornissen staan beschreven, heeft ook de dwangstoornis, de obsessieve-compulsieve stoornis, een plaats. En toch weten we niet wat een dwangstoornis eigenlijk is. Ja, we weten dat iemand met een dwangstoornis last heeft van dwanghandelingen en dwanggedachten. We kennen vele soorten dwanghandelingen. We weten dat de meeste mensen die dwanghandelingen vreselijk vinden, maar dat ze desondanks alle moeite doen om ze toch te kunnen uitvoeren. Ze voelen zich dan beter.

Maar welk probleem hebben mensen met een dwangstoornis? Denken ze verkeerd? Geven ze de verkeerde betekenis aan gedachten die iedereen wel eens heeft, maar die anders dan zij, hun schouders daarover ophalen? Heel lang was dit de belangrijkste theorie over de dwangstoornis. Uit die theorie is de cognitieve therapie voortgekomen. Men ging ervan uit dat het anders leren denken, het belangrijkste was in de therapie. Uit onderzoek is echter nog nooit gebleken dat die cognitieve therapie en het veranderen van de manier van denken inderdaad het belangrijkste is in de behandeling.

Een nieuwe verklaring

Een paar jaar geleden werd er onderzoek gepubliceerd naar een heel andere verklaring voor de dwangstoornis. Geen verklaring voor de vraag waarom iemand een dwangstoornis krijgt, maar wel naar de vraag waarom die stoornis blijft bestaan, naar het mechanisme van de dwangstoornis. Wat blijkt? De dwangrituelen zelf zijn de grote boosdoeners.

We weten dat dwangrituelen bedoeld zijn om angsten bestrijden, om weer rustig te worden of om het gevoel te hebben dat het zo goed is. We weten ook dat de meeste mensen met een dwangstoornis die rituelen heel vaak uitvoeren. Zij controleren de deur niet één keer, maar wel tien keer of nog meer. Zij wassen hun handen telkens opnieuw. Dat doen ze om zeker te weten dat de deur goed dicht is, of hun handen echt schoon zijn. Gek genoeg hebben die herhalingen juist het tegenovergestelde effect. Naarmate iemand meer herhaalt, wordt hij of zij alleen maar onzekerder, blijkt.

Dit is in slim onderzoek onderzocht. De onderzoekers lieten mensen (zonder dwangstoornis) controleren of een gaspit wel echt uit was. Dat moesten ze eerst één keer doen en daarna wel twintig keer. Een andere groep moest hetzelfde doen, maar dan met dingen die niet zo belangrijk waren, lampjes. De mensen die de opdracht kregen het gas te controleren voelden zich na twintig keer controleren heel wat onzekerder dan na één keer. Bovendien waren zij onzekerder dan de mensen die de lampen moesten controleren.

Dit fenomeen is hierna nog veel vaker onderzocht. Iedere keer bleek weer hetzelfde: herhalen maakt onzeker. Het blijkt een fenomeen dat bij alle mensen voorkomt, niet alleen bij mensen met een dwangstoornis. Nog een keer controleren en nog een keer en nog een keer, lost geen probleem op. Integendeel, je raakt ermee van de regen in de drup. Het probleem wordt er alleen maar erger van.

We weten nog niet alles

Waarom iemand vaker dan één keer controleert, waarom iemand begint aan deze heilloze weg, weten we nog steeds niet. We weten ook niet of dit de verklaring is voor alle dwangproblemen. Niet alle dwang bestaat uit herhalen. Sommige mensen hebben vooral ritueel gedrag, vermijding of alleen dwanggedachten. Misschien bestaat er ook niet één verklaring voor alle soorten dwangproblemen.
Dat stoppen met dwangrituelen (exposure en responspreventie genoemd) in het begin moeilijk is, maar de dwangproblemen tenslotte doet verdwijnen, wisten we al. We weten nu ook waarom.

Photo credit: ThomasWolter via Pixabay (license) – adaptation