47 jaar geleden, ik ben nu 69, werd ik op een dag wakker met de bizarre vraag in mijn hoofd. Zomaar, out of the blue: zou ik misschien lesbisch zijn?
Geen idee waar die gedachte vandaan kwam maar het verontrustte mij zeer. Ik had een geweldige relatie, stond op het punt om te gaan trouwen en deze gedachte bracht mij totaal uit evenwicht.

Inmiddels ben ik 46 jaar getrouwd, heb kinderen en kleinkinderen. De gedachte aan mijn eventuele homoseksuele geaardheid heeft mij echter nooit helemaal los gelaten en werd bij tijd en wijle obsessief.
Mijn huwelijk heeft er gelukkig nooit onder geleden omdat ik open kon zijn tegen mijn man. Ik heb hem verteld over mijn “afwijkende gedachten” ten opzichte van mijn geaardheid. Daar heeft hij naar geluisterd maar kon mij ook niet echt helpen.

Nooit verdwenen

Ik heb een tijd lang therapie gehad waar ik mijn gedachten besprak. Er werd me verteld dat het niet waar was. Mijn laatste therapiesessie was een jaar geleden maar de obsessieve gedachte is nooit verdwenen.

De laatste fase van mijn jeugd is heel moeilijk geweest. Ik heb me wel eens afgevraagd of het misschien daarmee te maken heeft.
Ik heb nu alles redelijk onder controle dankzij medicatie en daar ben ik ontzettend blij mee!

Eyeopener

Na het lezen van het stuk betreffende obsessieve gedachten ten aanzien van homoseksualiteit op de website Dwang.eu is mij plotseling heel veel duidelijk geworden. Een eyeopener. Het heeft me ontzettend gerustgesteld. Mijn dank is groot dat zij daar aandacht hebben besteed. Ik ben trots en blij dat ik mijn verhaal heb gedaan en voel me opgelucht.

De onzekerheid zal misschien altijd wel in min of meerdere mate bij me blijven. Het helpt me echter om te weten dat ik niet naar zekerheid moet zoeken, maar moet leren de obsessieve onzekerheid te verdragen. Weten dat het h-OCD is, helpt me daarbij. Onzekerheid kan zo kwellend zijn en daarom hoop ik dat mijn verhaal anderen weer kan helpen.

Photo credit: Bicycle Stoplight via photopin (license) – adaptation

Reactie Menno Oosterhoff
Recent sprak ik iemand die mij belde naar aanleiding van de blog over h-OCD. Zij was wanhopig. Toen ik benoemde dat deze onzekerheid heel kwellend was, merkte ik dat dat eigenlijk de lading niet dekte. Het was niet kwellend; het was martelend.

Deze vorm van de dwangstoornis kan inderdaad martelend zijn. Dat geldt ook voor andere vormen zoals de nog veel meer beladen gedachte: ben ik eigenlijk niet een pedoseksueel?

Met nadruk wil ik noemen dat h-OCD niks te maken heeft met afwijzing van homoseksualiteit. Het gaat niet over de moeite met homoseksuele gevoelens maar over de moeite met onzekerheid. Bij OCD wordt een geringe onvolkomenheid in zekerheid, perfectie, schoonheid of ordelijkheid tot een obsessie die iemand niet van zich af kan zetten. Door dwanghandelingen zoals controleren, schoonmaken, in orde maken, wordt het alleen maar erger. Zie ook de blog Hoe omgaan te met h-OCD.