Ik ben niet de enige verpleegkundige die smetvrees heeft ontwikkeld gedurende haar opleiding en werkzame leven. Je wordt gedrild om bacteriën en onheil te zien. Iedere deurknop is een potentieel gevaar, de grond besmet en iedere patiënt een mogelijke bron van infectie. Dat ziekenhuisgewoontes op een gegeven moment je privéleven binnendringen, valt je pas op als het te laat is en je in de wurggreep van de dwangslang zit die je langzaam de adem beneemt.

Mijn vorm van smetvrees

Omdat schoonmaken is omringd met angst en rituelen begin ik er vaak niet aan. Ondanks mijn smetvrees is mijn huis een rommeltje en niet brandschoon. Mijn huishoudelijke hulp is chronisch ziek en komt niet meer terug. Ik wil geen nieuwe. Mijn oude hulp was vertrouwd en ik had mijn eigen rituelen als ze geweest was; dan poetste ik alles wat zij mogelijk had kunnen aanraken. Een beetje mal, ik weet het, maar het werkte en mijn huis was schoon. Ik wil geen nieuwe hulp omdat ik vind dat ik het zelf moet kunnen, dat huishouden. Op zich een juiste constatering als ik geen dwang zou hebben.

Stofzuiger is ‘vies’; wc schoonmaken lukt wél

Als ik geen dwang had, zou ik zeeën van tijd over hebben en durfde ik even snel een stofzuiger te pakken als de haren van de hond over de grond dweilden. Maar een stofzuiger vind ik ‘vies’ en ik wil niet dat de slang van de stofzuiger ergens tegenaan komt, bijvoorbeeld tegen de bank, want dan moet ik die plek daarna ook weer schoonmaken.
Hetzelfde met de was. Het moment dat ik een kledingstuk in de wasmand gooi is het ‘besmet’. Ik kom er dan niet meer aan en laat mijn man de was doen. Het bijzondere is dat ik wel de wc kan schoonmaken en de vloer kan dweilen. Daarna stap ik wel onder de douche en trek ik schone kleren aan, maar het soppen met een sopje, een sponsje en een vaatdoek gaat prima. Evenals het lappen van de ramen. Twee keer per jaar, maar dat is mijn normale schema.

Balen van hondenharen

Het betekent ondertussen wel dat ik baal van de hondenharen op het parket, het stof op de piano en de afgevallen plantenblaadjes op de vensterbank. Ik laat het allemaal liggen, want als ik begin schoon te maken ben ik na een half uur het spoor bijster. Ik ‘moet’ zorgen dat mijn blouse niet tegen de ‘vuile’ spullen aankomt, ik ‘mag’ nergens tegenaan stoten met mijn benen of hoofd. Doodvermoeiend, dus doe ik het maar niet.

Een vermijdende smetvrezer

Ik ben dus geen poetsende smetvrezer, maar een vermijdende smetvrezer. Je zult mij geen tafeltje 20 keer zien poetsen, of drie keer per uur het parket stofzuigen. De stofzuiger is veel te eng. Maar ik houd wel van een opgeruimd en schoon huis. Bij mijn moeder glimt alles je tegemoet. Haar woonkamer is een soort toonzaal. Ze is 87 jaar en poetst nog elke week de koperen deurbel. Zij heeft overigens geen dwang, maar een ijzeren dicipline. Ik dacht al die jaren dat mijn dwang een gebrek was aan die ijzeren discipline, dat ik een slappeling was die bij elke dwanghandeling faalde. Na anderhalf jaar therapie durf ik een beetje te geloven dat dwang niets te maken heeft met te weinig discipline. Ik heb er niet voor gekozen. Het is niet mijn schuld.

Terugwinnen van terrein

Samen met mijn gedragstherapeut werk ik nu keihard aan het terugwinnen van terrein op de dwang. De gewoontes van de dwang, stapje voor stapje, heel langzaam, los te weken van mijn gezonde gedrag. Als een oude postzegel die je voorzichtig van een enveloppe weekt. Het gaat mij eigenlijk te langzaam, maar één stap te snel en ik kapseis bijna. Ik ga vooruit met de exposure, maar ik kan er nog niet mee in het circus.

Meer regie, omdat het moet

Ondertussen pak ik als huisvrouw af en toe een stukje huishouden op. Ik heb deze week een stapel post weggewerkt die er al een half jaar lag. Ik begreep ineens waarom mijn website bijna was opgeheven. Er lagen al drie ongeopende betalingsoproepen. Nu mijn hulp vertrokken is, dwingt mij dat in het weer oppakken van mijn huishouding. En ik merk dat ik dat best prettig vind. Zelf weer wat regie, omdat het moet. Het ‘goede moeten’ wel te verstaan. Met hele kleine stapjes wordt het misschien nog wat met mijn huishouding. Maar een showroom zal het nooit worden.

Photo credit: falco via Pixabay (license) – adaptation