In een reeks van blogs wil ik je meenemen in mijn verhaal als ervaringsdeskundige. Ik wil mijn verhaal over het leven met psychische stoornissen vanuit ervaring delen om meer kennis, begrip en inzicht te geven aan diegenen die hulp bieden aan mensen met angst- en dwangstoornissen.

Van nul tot nu

Mijn verhaal begint bij mijn babytijd en eindigt hier en nu. Het is een verhaal waarin angsten, dwanghandelingen, obsessies en depressies het eerste deel van mijn leven hebben bepaald. Maar ook een verhaal van mijn leven waarin ik in staat ben geweest met de juiste mensen, medicijnen en veel liefde een (voor de buitenwereld) normaal leven op te bouwen. Een leven waarin alle angsten, dwanghandelingen, obsessies en depressies een plek hebben gekregen en niet meer mijn leven bepalen, maar er een onderdeel van zijn. In het tweede deel van mijn leven staan mijn mogelijkheden en mijn kracht centraal. Dat betekent niet dat mijn klachten er niet meer zijn, integendeel, maar mijn leven wordt niet meer beheerst en bepaald door mijn klachten.

De angst overheerst

Als baby huilde ik aan één stuk door. Nu, al die jaren later, vraag ik me vaak af of het onophoudelijk huilen een voorteken was. Of dat er toen al dingen in mijn hoofdje zaten die er niet in wilden of moesten zitten. Ik was ontroostbaar, in de armen van mijn moeder was ik veilig, maar mijn omgeving was onveilig.

Mijn vroegste herinnering voert mij terug naar mijn kleutertijd. De angsten namen langzaam bezit van mij maar als kleuter wist ik mij er geen raad mee. Om alle angsten in mijn hoofd en kleine lijfje te bestrijden, ging ik dwangen. Het begon klein, voor het slapen gaan. Ik moest onder alle meubels in huis kijken. Alle potjes, vaasjes en tierlantijntjes moest ik grondig onderzoeken en er in of onder kijken. Eerst alleen in de woonkamer maar elke dag breidde de controles zich meer en meer uit over het hele huis en alle kamers die er waren.

Ook mijn ouders wisten zich er geen raad mee. Mijn moeder gaf toe aan mijn angsten, dacht aan normale kleuterangsten en liep de avondrondes met me mee. Ook zij moest van mij de handelingen doen. Als controle op mijn controles. Mijn vader wilde mijn angsten uit mijn lijf slaan. Maar dwang is bestand tegen geweld. Het is een duivel in je hoofd die zijn tentakels uitstrekt naar alle verste uithoeken van je hersenen en die uiteindelijk bezit neemt.

Dwang in het gezin

Al snel verspreidden de dwanghandelingen zich over de hele dag en alle plekken waar ik kwam. Bij het opstaan moest mijn ochtendritueel elke ochtend in dezelfde volgorde. Dat is lastig als je deel uitmaakt van een gezin met vijf mensen, die allemaal hun eigen ochtend beleven en daarin ieder andere prioriteiten hebben. Als klein meisje van een jaar of zes liep ik in de weg, werd ik opzij geduwd of was ik altijd de laatste. Mijn plekje om alle dwanghandelingen goed te doen, kon ik onvoldoende opeisen, waardoor de onrust en zenuwen een snelkookpan werden. Ik was niet op tijd klaar om met mijn broer en zus naar school te lopen. Maar ik mocht nog niet alleen naar school, dus er werd op mij gemopperd, gescholden en uiteindelijk ging ik mee zonder dat al mijn angsten bezworen waren.

Onderweg naar school mocht ik alleen op de hele stoeptegels lopen, de voegen mocht ik niet aanraken. Ook moest ik alle nummerborden van de auto’s die ik zag drie keer oplezen. Dit vertraagde mijn gang naar school en dus ook die van mijn oudere broer en zus.

Niet zeuren

Al snel werd mijn leven, ons leven, beheerst door mijn angsten en de daarbij horende dwanghandelingen. En dat kon niet. Uiteindelijk wilde mijn moeder met mij naar een hulpverlener maar het was 1980, ons gezin was zeer religieus. De buitenwereld en wat die van ons vond, was belangrijker, dus mijn vader accepteerde niet dat ik naar een hulpverlener zou gaan. Ik moest niet zeuren, regelmatig een pak slaag zou uiteindelijk de angsten in mijn hoofd wel doen verdwijnen. Dat is wat mijn vader dacht en dus deed. Maar al snel bleek dat hij ongelijk kreeg.

Photo credit: Joël Oosterhoff