Ik was 18 jaar toen mijn dwang zich openbaarde. Mijn huisarts verwees me naar een vrijgevestigd psycholoog. De behandeling bestond uit Psychoanalytische Psychotherapie (een vorm van psychotherapie, gericht op het betekenis geven aan en ontwikkelen van de innerlijke wereld van de cliënt) en exposure. De therapeute kwam ook bij mij thuis. Ze maakte rommel in mijn uiterst opgeruimde huis, waar alles zijn eigen plek had. Ze gooide tijdschriften door elkaar, liet wat as op tafel vallen of verzette spullen. Ik moest dat dan een tijdje verdragen. Ondertussen liepen we een rondje door de wijk en probeerde ze me af te leiden. De term Dwangstoornis is nooit ter sprake gekomen. Ik kreeg geen psycho-educatie of medicatie. Het was de eerste keer dat ik me op mijn werk langdurig ziek moest melden vanwege mijn klachten. Ik dacht dat ik overspannen was. Uiteindelijk ben ik gestopt met de therapie omdat ik me schaamde en er geen verbetering kwam.

Moeizaam

Een paar jaar zonder therapie volgde maar de dwangklachten werden steeds erger. Uiteindelijk liep ik weer helemaal vast en schreef de huisarts een verwijzing voor het Riagg. Wederom kreeg ik Psychoanalytische Psychotherapie. Na een paar maanden ging ik weer aan het werk maar mijn gedrag was niet veranderd. Ik kon me moeilijk staande houden; was altijd angstig en afhankelijk en snel overprikkeld. Een moeizaam leven. Mijn relatie was er niet tegen bestand maar ook vriendschappen en andere contacten stootte ik af.

Nadat mijn huwelijk gestrand was, stortte mijn leven in. Ik vertrouwde niemand meer en was heel dwangmatig en angstig. Ik ging weer bij mijn ouders wonen. Mijn huisarts verwees me naar maatschappelijk werk en een haptonoom, want mijn klachten zouden wel met rouwverwerking te maken hebben. Ik kreeg Oxazepam, een benzodiazepine, voorgeschreven. Het middel zorgde dat ik kon slapen en rustig werd. Het maatschappelijk werk en de haptonomie verminderden de scherpe kantjes.

En paar maanden later ging ik weer aan het werk en pakte het dagelijks leven weer zo goed en zo kwaad als ging op. Ik gebruikte geen medicatie meer maar de dwangklachten waren niet verdwenen. Op de werkvloer was ik altijd bang, onderdanig en achterdochtig. Deadlines waren funest; ik controleerde wat af en het zweet brak me regelmatig uit. Het liefst was ik alleen of bij mijn ouders. Zij gaven mij veiligheid. Ik heb weer 4 1/2 jaar thuis gewoond en als mijn vader mij niet had gestimuleerd een appartement te gaan betrekken, was ik waarschijnlijk nog veel langer bij hen blijven wonen.

Afdeling Angst en Dwang

De huisarts schreef mij voor het eerst in mijn leven een antidepressivum (Seroxat) voor toen ik 35 was en mijn dwangklachten zo erg waren dat ik niet meer kon functioneren. Ik kon niet meer slapen; was nachten aan het piekeren en dwangen. Uiteindelijk heb ik me uitgeput opnieuw ziekgemeld. Dat was de genadeklap. Ik zakte weg in een ernstige depressie.

Omdat ik suïcidale gedachten had, kregen mijn ouders het advies mij weer in huis te nemen om me een dagritme te bieden tot ik werd opgenomen op de afdeling Angst en Dwang van het UMC Utrecht. Daar werd de Seroxat opgehoogd en werd gestart met Cognitieve Gedragstherapie (CGT) en Exposure therapie. Er werd me daarnaast een uitgebreid programma aangeboden zoals Psychomotorische- en Activiteitentherapie, psycho-educatie en sociale vaardigheidstraining gericht op re-integratie (zoals rollenspellen t.b.v. assertiviteit).

De behandeling heeft 7 maanden geduurd; eerst klinisch en daarna deeltijd. Met handvatten vanuit CGT en exposure, een terugvalpreventieplan en medicatie ging ik met ontslag. Deze methoden gebruik ik in mijn dagelijks leven nog steeds.

Leven met de bijwerkingen

Ik ben nu 16 jaar stabiel. Dat houdt in dat ik een leefbaar leven heb waarbij de dwang op de achtergrond is. Als ik merk dat het controleren, bevestiging vragen, poetsen of piekeren weer erger wordt, pas ik toe wat ik geleerd heb.

Ik heb bijwerkingen van de antidepressiva die ik gebruik, zoals gewichtstoename en vermoeidheid. Maar die neem ik voor lief, omdat de medicatie zoveel meerwaarde aan mijn leven geeft. Van de negatieve berichtgeving over de bijwerkingen schrik ik soms. Hopelijk zal de wetenschap door middel van onderzoek steeds verder komen en wellicht komt er eens een middel op de markt zonder al te veel bijwerkingen.

Ik heb OCD, maar een terugvalpreventieplan en antidepressiva zorgen ervoor dat ik kan ervaren dat het leven zin voor mij heeft.

 Photo credit: Free Therapy Picture via photopin (license) – adaptation