Ik herinner het me als de dag van gisteren. Veertien jaar oud was ik toen ik voor het eerst in mijn leven geconfronteerd werd met de angst dat ik mezelf wat aan kon doen. Tot op heden weet ik niet waardoor deze akelige gedachte toen in mijn hoofd is gekomen.

Wat ik wel weet is dat mijn jeugd nooit onbezorgd is geweest. Er was veel ruzie thuis. Als klein meisje en oudste van het gezin probeerde ik de boel altijd te sussen. Ik voelde me niet geborgen en vaak verdrietig. Vriendjes en vriendinnetjes had ik niet. Op de lagere school lukte het me niet om aansluiting te vinden. Ik werd gepest om mijn uiterlijk (ik was dik en lelijk volgens klasgenoten), had last van hyperventilatie en knipperde veel met mijn ogen. Vaak kwam ik huilend thuis. Dan was mijn moeder er om mij te troosten.

Middelbare schooltijd

Ook op het Atheneum lukte het me niet om vrienden te maken. Terwijl mijn klasgenoten met elkaar plezier maakten, zat ik tot in de late uurtjes te zwoegen boven mijn studieboeken. Mijn vrije tijd bracht ik vooral door met het luisteren naar muziek. Vanaf de basisschool ben ik een enorme muziekliefhebber. Door mijn harde werken boekte ik goede resultaten en dat gaf een goed gevoel, maar dit was altijd maar van korte duur. Mijn middelbare schooltijd werd overschaduwd door de huwelijksproblemen van mijn ouders en de spanningen die daarmee gepaard gingen. Ik voelde me eenzaam en verdrietig.

Toen ik veertien jaar oud was, kreeg ik de akelige gedachte in mijn hoofd dat ik mezelf wel iets aan zou kunnen doen. Dat was het moment dat ik voor het eerst bang werd voor mijzelf en ik het gevoel kreeg dat ik mijzelf niet meer kon vertrouwen. Uit schaamte durfde ik mijn moeder met wie ik een goede band heb niet in te lichten. Ik was ook bang dat zij zou schrikken. Ik begon opeens overal gevaar in te zien en ging bepaalde situaties vermijden. Zo durfde ik tijdens scheikundeles niet bij het open raam te gaan zitten, omdat ik bang was dat ik naar beneden zou springen. Ik dacht het niet alleen, maar zag het ook gebeuren meerdere malen per dag. Ik zat in een horrorfilm met mezelf in de hoofdrol. Ik dacht echt dat ik een einde aan mijn leven wilde maken. Soms waren de gedachten even op de achtergrond, maar om de paar weken traden ze weer op de voorgrond en kon ik aan niets anders meer denken. Soms durfde ik niet alleen thuis te zijn, omdat ik bang was de controle over mezelf te verliezen. Ik raakte in mezelf gekeerd en hield voor de buitenwereld de schone schijn op. Ik dacht dat ik de enige was met dit soort rare gedachtekronkels. Met veel moeite lukte het me om in 1996 mijn Atheneum diploma te halen.

Het studentenleven

Aangezien ik niet wist wat ik wilde studeren, besloot ik me in te schrijven bij de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden, omdat je met rechten veel kanten op kan. Het afleggen van tentamens viel me zwaar, omdat ik ook in mijn studententijd veelvuldig last had van opdringerige gedachten en beelden, waardoor het me veel moeite kostte om me op de studiestof te focussen. Desondanks slaagde ik erin om mijn tentamens te halen. In mijn derde jaar koos ik ervoor om me te specialiseren in het strafrecht. Er ging een wereld voor me open. Ik vond een baantje als student-assistent op de rechtenfaculteit. Ik heb er de tijd van mijn leven gehad. De waardering die ik ontving voor mijn werk deed me heel goed en maakte dat die akelige gedachten soms even verdwenen. In 2002 mocht ik mijn bul in ontvangst nemen.

Eindelijk

Ik kon aan de slag als griffier in de strafrechtspraktijk en leerde mijn toenmalige vriendin kennen. Zij was de eerste die ik stukje bij beetje in vertrouwen durfde te nemen over de verschrikkelijke gedachten die mij kwelden. Zij adviseerde mij om hulp te zoeken. Uiteindelijk vond ik een psychiater die me vertelde dat de opdringerige gedachten, beelden en impulsen horen bij een dwangstoornis oftewel OCD. Na jaren in stilte te hebben gevochten, wist ik eindelijk wat er met mij aan de hand was. Ik had nog een lange weg te gaan, maar ik was tenminste niet meer alleen.

Tot slot

Aan al degenen die in stilte worstelen met opdringerige gedachten en dwanghandelingen zou ik het volgende willen meegeven: blijf er niet jaren mee rondlopen zoals ik, neem iemand in vertrouwen en zoek tijdig hulp. Een dwangstoornis zal nooit helemaal overgaan, maar je kunt er wel mee leren leven. Therapie, antidepressiva en een terugval preventieplan maken dat ik nu – inmiddels ben ik 39 jaar oud – stabieler in het leven sta.

Photo credit: Désirée