Ik heb veel getwijfeld over het schrijven van dit blog, ik eindigde mijn vorige zo positief en dat was ik ook echt maar dit is niet het blog waarin ik vertel dat ik van het skin-picken af ben. Ik zal het verhaal weer oppikken waar ik was gebleven.

Nadat ik de tweede stap had gezet, namelijk de bank als anti-pluk-gebied te maken, ging het wel wat beter daarmee maar helemaal goed ging het niet. Nog steeds hield ik het netjes op een lijstje bij en tegen de tijd dat ik weer een afspraak met de psycholoog had, constateerde ik dat ik niet vooruit ging. Ik baalde als een stekker.

Goede moed

In het volgende gesprek werd me weer moed ingesproken en werd er een nieuwe opdracht afgesproken. Daarnaast bedachten we ook dat ik aparte lijstjes zou maken voor de verschillende opdrachten zodat “er gaat iets mis” niet “alles gaat mis” wordt.

Vol nieuwe moed ging ik aan de slag, deed erg mijn best om het steeds meer te laten, alternatieven in te zetten, probeerde op internet betere methoden of iemand die het gelukt was te vinden, al mijn aandacht ging er in op.

Op advies ging ik ook N-acetylcysteïne gebruiken, een voedingssupplement dat in hoge doseringen goed kan helpen tegen de plukdwang. De geur van de tabletten gaven me flashbacks naar de zuurkasten in mijn opleiding als laborant maar laat je daardoor niet afschrikken, met snel doorslikken was het goed te doen.
Na een paar weken merkte ik echter geen verschil, ik plukte nog net zo veel en het bleef moeilijk om te laten.

Stoppen met mijn obsessie werd een obsessie

Ik raakte gedemotiveerd en gefrustreerd door mijn gebrek aan vooruitgang en ik was in mijn hoofd de hele dag bezig met het niet-plukken. De onrust die het gaf, het niet-plukken leek een obsessie te zijn geworden.
Ik besloot de psycholoog te mailen dat ik moest concluderen dat stoppen te hoog gegrepen was en dat mijn obsessie met helemaal stoppen me helemaal geen goed deed.

In de sessie die we daarna hadden, ging het dan ook over het bijstellen van het doel naar iets dat hopelijk wel haalbaar was. Ik gaf aan dat ik het ergst vond als ik in mijn gezicht zat te plukken en tijdens gesprekken. We spraken af dat ik het gepluk in mijn gezicht zou afleiden naar iets anders (desnoods een ander deel van mijn lichaam) en dat als ik in gesprek was, ik mijn handen wat te doen zou geven zodat ik me tijdens het gesprek niet druk hoefde te maken over bloedende handen.

Ik besloot de lijstjes niet meer bij te houden zodat hopelijk de druk die ik toch wel voelde eraf ging. Ik was opgelucht, het moeten was er af en ik kon weer ademhalen.

Middenweg

In de weken die volgden, realiseerde ik me dat ik meer leed aan het proberen te stoppen dan dat ik aan het plukken leed en besloot te stoppen met de behandeling. Ik heb nu nog een afrondend gesprek en dan is het klaar.

Het voelt zeker als falen en nu ik dit neerschrijf, schaam ik me ook voor mijn gebrek aan doorzettingsvermogen en mijn onvermogen om te stoppen.
Op het moment is voor mij goed te leven met skin-picking, het is vervelend en soms héél vervelend maar niet meer dan dat. Mocht het erger worden dan kan ik altijd weer hulp zoeken maar voor nu is het goed om het met rust te laten.