Het lijkt of er een gat in mijn geheugen is geslagen vanaf dat ik een jaar of zes ben. Tot mijn zesde wordt mijn leven beheerst door angsten en dwanghandelingen. Daarna is het heel stil in mijn hoofd als het gaat over angst. Of nee, dat is niet waar. Daarna staan hele andere angsten centraal. Vanaf mijn zesde ben ik mij ervan bewust dat er een verstoorde relatie met mijn ouders aan het ontstaan is, dat de veilige basis van mijn leven afbrokkelt en dat deze verstoorde relatie de oorsprong van mijn leven gaat verstoren.

Dat zijn grote woorden voor een klein meisje, en al kon ik het niet zo onder woorden brengen, ik vóelde het wel. Ik voelde dat het gezin dat mijn ouders probeerden op te bouwen, langzaam aan het instorten was. En dat de bouwstenen over ons drie, mijn broer, mijn zus en mij, heen zouden vallen en ons zouden raken, ons blauwe plekken zouden bezorgen, ons zouden doen bloeden aan wonden die nooit meer geheeld worden. Er is een plek waar kinderen willen wonen, maar dat was niet bij mijn ouders thuis.

Verborgen gebreken

Maar nu ik terugkijk, besef ik dat ook tussen mijn zesde en mijn negende de dwanghandelingen altijd aanwezig waren. Maar het waren verborgen gebreken. Mijn moeder bedekte ze met alles wat voor handen was. Ik herinner mij vooral de wekenlange zomervakanties in Frankrijk, waarbij de dwanghandelingen het meest heftig waren in alle kerken en kathedralen die wij bezochten. Wij waren Godvrezend en dat betekende bij ons niet, zoals de bijbel het bedoelt: respect hebbend voor God, maar wij vreesden werkelijk hel en verdoemenis als wij niet gelovig genoeg waren. De kerk en haar vertegenwoordigers beangstigden mij zo zeer, dat ik geen enkele weerstand kon bieden tegen alle opdrachten die ik in kerken en kathedralen moest doen van mijn dwangmatige hoofd. Eindeloze rondjes liep ik om de kansel en vervolgens hetzelfde aantal weer terug. Ik raakte relikwieën aan en knipperde met mijn ogen naar Jezus aan het kruis.

Wat waren nou mijn ergste kwelgeesten? Dat waren het eindeloos tellen van objecten, het oplezen van borden, het aanraken van objecten en het knipperen van mijn ogen naar bepaalde dingen. Het knipperen heeft een behoorlijke oefening nodig: het ‘beeld’ dat geknipperd moet worden, moet in mijn ogen precies de juiste hoek van negentig graden hebben. Vervolgens moet het knipperen in een reeks van bepaalde getallen. Lukt dat niet, dan moet het opnieuw, net zo lang tot de obsessie die eraan gekoppeld is afgezworen is. Maar lopend door bijvoorbeeld een kerk, duurt het niet lang voor de volgende obsessie zich opdringt, of dwanggedachte die bezworen moet worden. Die angst begint klein maar groeit in enkele seconden tot een heftige paniek en zoekt een object om opnieuw te beknipperen.

Op leven en dood

De angsten die bezworen moesten worden, waren toen ik klein was vooral gericht op leven en dood en het bij elkaar blijven van degenen van wie ik hield, of dacht te houden. Het betrof nooit mijn eigen dood, ik voelde van jongs af aan dat ik een foutje van de schepping was, dat mijn leven, mijn lichaam, misplaatst was op deze wereld. De doodsangsten die ik moest wegdwangen, gingen altijd over mijn ouders of mijn broer en zus. Ik moest voorkomen dat hen allerlei afschuwelijke dingen zouden gebeuren, met in het ergste geval de dood als gevolg. Ik was de almachtige die een continue verantwoordelijkheid had voor hun welzijn. En hoe onveiliger het in de wereld om mij heen werd, hoe harder ik moest werken om de wereld in mijn hoofd veilig te maken.

Zoals ik een dagtaak had aan het dwangen, had mijn moeder een dagtaak aan het verbergen daarvan. Want meer en meer ging ik mijn omgeving bij het dwangen betrekken: mijn handelingen waren niet genoeg, een ander moest het ook doen. Ik voelde intuïtief dat ik mijn vader hier vooral buiten moest laten maar mijn moeder en mijn broer werden voor het dwangkarretje gespannen. En dat was geheim. Het werd onzichtbaar gemaakt. Mijn gekte bestond niet. De enige waarheid die er is, is dat wat je ziet. En daar was slechts één uitzondering op: Onze Lieve Heer.

Photo credit: 1A7_DSC1996 3 via photopin (license)  – adaptation