Voor mij fietst een man met een rugzak die scheef op zijn rug zit. De band zit waarschijnlijk strakker aan één kant en dat irriteert me. De man belast de ene schouder meer dan de andere en dan krijgt hij misschien scoliose en/of grotere spieren aan de ene kant van zijn lichaam. Het interesseert hem vast niet. Kon ik maar met mijn ogen dicht fietsen. Dan zou ik helaas nog steeds voelen dat mijn jas niet recht zit. Het is een lange zwarte trenchcoat die altijd een beetje naar één kant zakt als ik fiets. Ik sta even op de trappers om de jas in symmetriestand te brengen. Ik probeer om op iets anders te focussen dan scheve tassen en jassen. Als ik met een rood hoofd bij de bieb aankom en mijn fiets heb weg gezet, check ik of de bandjes van mijn laptoprugzak wel symmetrisch zitten. Binnen ga ik zo recht mogelijk achter mijn laptop zitten. Ik ben al moe voordat ik begin met schrijven. Overal zie ik asymmetrie.

Buitenkant: gedrag

Bij yoga ben ik bang dat de docent vergeet om een bepaalde houding niet aan beide kanten te doen. Zwemmen doe ik in de vorm van een lemniscaat. Als ik een kauwgom pak, moet ik aan beide kanten van mijn gebit evenveel kauwen. Als ik ergens naar kijk, wil ik recht vooruit kijken. Mijn oren maak ik tegelijkertijd schoon, terwijl ik dan niets hoor. Ik moet gelijkmatig bruin worden in de zon en schuif steeds met de zon mee met mijn handdoek. Mijn haarscheiding wissel ik van kant nadat mijn haren zijn gewassen. Een drempel moet door beide voeten worden aangeraakt. Keyboard spelen kan, maar een gitaar is geen optie. Als ik me rechts stoot, stoot ik expres ook met links.

Ik kocht op de middelbare school eens een shirt met maar één mouw. Als ik het droeg, hield ik mijn hand steeds op de blote schouder. Ik heb eens een voetoperatie gehad om mijn grote teen recht te zetten. Het was een kwelling om maar één voet in het gips te hebben. Gelukkig kon ik het een jaar later compenseren met de andere voet. Je zou er een punthoofd van krijgen. Stel je voor dat die punt dan niet in het midden zou zitten. “Anders is de ene kant achtergesteld,” zeg ik wel eens, alsof het om een broer of zus gaat die minder aandacht krijgt dan ‘het favoriete kind’.

Naast lichaamsgerichte symmetrie gebruik ik spullen symmetrisch; alle kanten moeten evenveel gebruikt worden. Een favoriete plek op de bank of aan tafel is bijvoorbeeld verboden. Ook slaap ik de ene week op de rechterkant van mijn bed en de andere op de linkerkant. Ik kan nog wel even doorgaan, maar het is denk ik duidelijk dat symmetrie een terugkerend thema is in mijn dag.

Binnenkant: gevoelens en gedachten

Niet toegeven aan de drang om iets symmetrisch te doen, geeft onrust in mijn lijf en hoofd. Toen ik nog niet wist dat ik een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) had, heb ik symmetriedwang proberen te doorbreken met therapie. Dan moest ik bijvoorbeeld rondjes draaien om mijn linker-as en niet om mijn rechter-as. Het haalde uiteindelijk niet veel uit. Er was geen angst in mijn lijf en geen magische gedachte in mijn hoofd. De cognitieve gedragstherapie (CGT) was toen gericht op angsten aangaan en niet toegeven aan de drang. Het probleem zit echter niet in de handeling, maar in het voortdurende bewustzijn van asymmetrie en aanhoudende onrust. Natuurlijk houd je de onrust in stand om toe te geven aan symmetriedwang, maar dan zit mijn onrust wel weer ergens anders in. De kunst is om te leren omgaan met onrust an sich.

Verder speelt het bij deze vorm van OCD denk ik een rol dat ik door mijn autisme veel aandacht heb voor details, moeite heb met het verwerken van prikkels en moeite heb met loslaten. Dat kan zelfs iets zijn van twintig jaar terug, bijvoorbeeld toen mijn vader een fiets droeg van een meisje dat haar fietssleutel was kwijtgeraakt. Op een gegeven moment wisselde hij van arm en zei: “Even wisselen, want anders krijg ik straks één hele lange arm.” Dat was natuurlijk omdat hij last kreeg van zijn arm, maar de gedachte maakte indruk op me. Bedankt pap. Als straf moet je voortaan altijd symmetrisch op je fiets zitten.

Photo credit: Perfect symmetry via photopin (license)adaptation