7 mei 2009 begint als een mooie lentedag. Die donderdagnamiddag heb ik een vergadering. Bij het binnen komen van het lokaal wordt mijn aandacht getrokken door een man. Zomaar ineens barst mijn hoofd uiteen van angstige gedachten. Er ontstaan vreemde impulsen en gewaarwordingen in mijn hele lichaam. Mijn lichaam davert. Als een zware aardbeving. Mijn hoofd zit vol met vragen. “Vind ik die man knap? Zou hij homo zijn? Wil ik hem beter leren kennen? Ik ben toch geen homo? Wil ik hem aanraken?” Tegelijkertijd voel ik een aantrekking, een soort van energie in mijn lichaam waardoor ik naar zijn voorhoofd en borst wil kijken. Ondertussen blijft mijn hoofd volop doordraaien. “Zou hij getrouwd zijn? Heeft hij kinderen?”

Een grote ravage

Uiteindelijk doorsta ik de namiddag. Terwijl ik naar huis rijd, probeer ik te vatten wat er zonet gebeurd is. Ik heb al snel door dat dit niets te maken heeft met de vraag of ik al dan niet homo ben. Ik weet dat dit iets anders is. Maar wat het precies is, weet ik ook niet. Wat daarnet gebeurd is, kan ik niet plaatsen. Maar homo ben ik niet. Deze gevoelens en gedachten lijken in de verste verte niet op al die verliefdheden die ik ooit voor vrouwen gevoeld heb. Maar toch kan ik het niet los laten. Die uitbarsting in mijn hoofd heeft het hele landschap rondom mij veranderd. Wat 12 uur geleden nog een mooi lentelandschap was, is nu één grote ravage.

Er is iets veranderd

De daaropvolgende maanden zijn heel verwarrend. Ik voel dat er iets veranderd is in mijn hoofd en lichaam. Plots moet ik aan mannen denken, terwijl ik dat vroeger nooit deed. Ik weet dat ik tot nu toe nooit verliefd geweest ben op een man, maar ergens ben ik bang dat dit in de toekomst wel zou kunnen. De 0,0001% kans dat ik op mannen zou vallen, is al voldoende om angstig te worden. Ik voel ook een heel sterke onrust en ben constant moe. Die ervaringen, impulsen en gedachten putten mij uit. Er is iets essentieel veranderd en ik kan niet uitleggen wat.

De dwang neemt toe

Ongeveer een jaar na dat eerste moment bij die vergadering, begint de dwang verder toe te nemen. Op een ochtend schrik ik in paniek wakker omdat ik in mijn droom iemand hoor zeggen: “Je bent homo.” Sindsdien ben ik niet meer in staat om dat woord los te laten. Het lijkt alsof dat woord ergens boven in mijn hoofd zweeft en constant naar voor komt. Op dat moment ontmoet ik een leuke vrouw. Na veel getwijfel van mijn kant starten we een relatie. En hoe vreemd het ook klinkt: de dwang wordt erger. Na een tijdje begin ik meer naar mannen te kijken, nog meer te controleren of een aanraking van een man goed voelt. Ik hoor nog meer het woord homo, zelfs de tafels en stoelen in de kamer zijn homo. Ik kan en durf er ook met niemand over praten. Ik weet dat er vreemde dingen gaande zijn maar kan ze niet omschrijven en niemand zou ze begrijpen. Ik ga al een tijdje naar een psycholoog. Die persoon doet zijn best, maar herkent het probleem niet.

Van kwaad tot erger

Midden 2013 loopt de relatie ten einde en gaat het helemaal fout. In mijn hoofd hoor ik de ganse dag door het woord “homo”, of zinnen als “het zal niet meer lukken met een vrouw”. Ik voel een energie over mijn lichaam die mij de dwang geeft om elke man te kussen en aan te raken. Zelfs als er geen man in de buurt is, is die energie daar. Ik word overheerst door aan allesoverheersende dwang en angst en weet zelf niet wat het is. Iemand adviseert me om op internet te gaan kijken naar seks tussen twee mannen. Dat zorgt eerst voor opluchting want dat spreekt mij echt niet aan. Toch wordt de dwang nadien weer sterker. Ik krijg ook het advies om naar een homobar te gaan. Ik word zelfs zo bang dat ik op internet ga kijken wat de voorwaarden zijn om euthanasie te mogen plegen. Toch voel ik mezelf op de diepste momenten terugvechten en zeggen: “Je valt echt niet op mannen.” Ik schrik ’s nachts geregeld wakker. Ik ‘loop’ soms door het huis als een homo. Ook al weet ik dat je niet door het uiterlijk kan bepalen of iemand homo is. Op de ergste momenten kan ik enkel op de grond gaan liggen met een flesje koude frisdrank op mijn keel en voorhoofd om rust te brengen.

De ontdekking van ‘h-OCD’

Uiteindelijk ontdek ik, eind 2013, per toeval, wat mijn probleem is. Ik zoek op het internet naar getuigenissen van homo’s die zich ge-out hebben. Wat op zich niet echt een goed idee is voor iemand met dwang. Maar tussen die getuigenissen staat één iemand die h-OCD, oftewel homoseksuele OCD, omschrijft. Voor het eerst sinds 4,5 jaar voel ik mij begrepen. Ik besef ineens wat er aan de hand is. De weg naar gepaste therapie en beterschap kan beginnen. Uiteindelijk zal het me nog 1,5 jaar kosten om echt beterschap te krijgen.

Photo credit: we are beautiful. via photopin (license)adaptation

Reactie Menno Oosterhoff
Dit open en eerlijke verslag van de eigen beleving geeft goed weer hoe fors een obsessieve twijfel over je geaardheid je leven kan ontwrichten. Ik hoor vaker hoe het 7 dagen per week, de hele dag door, het denken beheerst. Uiterst kwellend. Het is zo belangrijk dan in elk geval te weten wat er aan de hand is en wat je moet doen.
Het advies om te experimenteren wordt veel gegeven maar werkt averechts. Het is in feite een dwanghandeling, een poging meer zekerheid te krijgen terwijl het er juist om gaat de onzekerheid over de kleine (minieme) kans te verdragen.
Het is goed te lezen dat mensen er ook overheen kunnen komen.
Daarbij zijn verhalen van mensen die het kennen van binnen uit heel belangrijk.

Kevin is voor vragen en ervaringen bereikbaar via kevin@dwang.eu.