Mensen met een dwangstoornis worden behandeld met Cognitieve Gedragstherapie en medicatie. Zeker 10% heeft daar geen baat bij en houdt ernstige klachten.

De richtlijn schrijft voor dat bij deze mensen de mogelijkheid van diepe hersenstimulatie (Deep Brain Stimulation, DBS) moet worden overwogen. In de praktijk gebeurt dit vaak niet door onbekendheid met DBS, door drempelvrees of een onjuist beeld van de risico’s.

De ingreep

Bij DBS worden er via de schedel twee elektroden in de hersenen ingebracht. Dat zijn naaldjes van ongeveer één millimeter dik. Ze worden aangebracht in die hersengebieden waarvan bekend is dat ze betrokken zijn bij de dwangstoornis. Aan het uiteinde van zo’n elektrode zitten vier contactpunten waarmee een heel klein elektrisch stroomstootje kan worden gegeven via een batterij die onderhuids op de borst wordt geïmplanteerd. Op die manier is het mogelijk om afwijkende activiteit in het hersengebied waar de elektrode ligt te beïnvloeden.

Vroeger gebeurde iets dergelijks door een blijvende beschadiging aan te brengen in dat hersengebied. Het mooie van DBS is, is dat er geen beschadiging wordt aangebracht. De afwijkende activiteit in de hersenbanen wordt tijdelijk aangepast door de elektrische stimulatie. Als de stroom wordt uitgeschakeld, is de situatie weer als voorheen. Voor effectieve DBS moet de elektrode continu aanstaan.

De plaats waar gestimuleerd wordt, heet de capsula interna, een bundel hersenvezels die een hersenkern, de nucleus accumbens, verbindt met de frontale cortex, een deel van de hersenschors. Deze structuren spelen een belangrijke rol speelt bij dwangsymptomen, angst en depressie.

Het effect

Ongeveer 70% van de patiënten reageert op deze ingreep met een (meetbare) vermindering van dwangklachten. Bij 10% is deze vermindering zelfs heel groot. Van de 30% die niet duidelijk reageert met een (meetbare) vermindering, geeft toch de helft aan zich wel beter te voelen.

Gemiddeld is er een afname van 50% gemeten met de Y-BOCS, een vragenlijst voor Obsessieve-Compulsieve Spectrumstoornissen.

Gezien de ernst van dwangproblematiek zijn deze resultaten zo positief dat DBS de moeite waard is om te overwegen als andere behandelingen tekort schieten.

Risico’s en bijwerkingen

Het is begrijpelijk dat mensen terughoudend zijn om iets in hun hersenen te laten inbrengen. Toch vallen de risico’s en bijwerkingen mee.

Het is in elk geval niet pijnlijk want hersenen zelf hebben geen pijngevoel. De operatie kan zelfs bij bewustzijn met lokale verdoving van de schedel worden uitgevoerd. Bij OCD is de operatie onder volledige narcose.

Mogelijke bijwerkingen van DBS

De meeste bijwerkingen zijn te verhelpen door de stroomsterkte aan te passen. Bijwerkingen die kunnen optreden bij stimulatie zijn:

  • Verhoogde impulsiviteit;
  • Een toename van seksuele behoefte.

Mogelijke complicaties van de operatie

Aan elke operatie zijn risico’s verbonden. Door het inbrengen van de elektroden kunnen beschadigingen optreden in hersenbloedvaten. Daardoor kunnen tijdelijk spierzwakte, verlammingsverschijnselen of spraakmoeilijkheden ontstaan.

  • Bij 3-4% van de patiënten komen ernstige complicaties voor;
  • De kans op een hersenbloeding met de huidige technieken is minder dan 1%;
  • De kans op blijvende complicaties is klein, minder dan 1%.

Ervaring

DBS bij OCD wordt al toegepast sinds de jaren 90 van de vorige eeuw. Het AMC is ermee begonnen in 2005 en heeft sindsdien de ingreep ruim 100 keer toegepast.

Ook in Maastricht wordt DBS bij OCD toegepast, sinds 2010 opgeteld bij ongeveer 15 patiënten met OCD of Gilles de la Tourette.

Voor beide centra geldt dat DBS veel vaker is toegepast voor andere aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, essentiële tremor en dystonie.

Wereldwijd is DBS naar schatting ongeveer 400 keer toegepast bij OCD en ongeveer 160.000  keer toegepast bij andere aandoeningen.

De procedure

Aan de behandeling met diepe hersenstimulatie gaat een uitgebreide screeningsprocedure vooraf. Daarin wordt ook gekeken of de gewone behandelingen al voldoende geprobeerd zijn. De behandeling wordt gevolgd door een natraject waarin een behandeling met Cognitieve Gedragstherapie is opgenomen.