Als je vaak het gevoel hebt dat lichamelijke klachten wel eens kunnen wijzen op een ernstige of zelfs dodelijke ziekte, kan het zijn dat je lijdt aan hypochondrie. Deze aandoening wordt ook wel ziektevrees of ziekteangststoornis genoemd.
Hypochondrie is een afleiding van Grieks hupos (onder) en chondros (kraakbeen). Die naam werd gegeven omdat de oorzaak van de ziekte gezocht werd in het gedeelte van de buik onder het kraakbeen van het borstbeen. 

Bij deze aandoening gaat het bijvoorbeeld om plotselinge kramp, hartkloppingen, jeuk of misselijkheid. Of het ontdekken van een knobbeltje in de borst of elders in het lichaam. Deze verschijnselen worden geïnterpreteerd als symptomen van kanker, een beroerte, bloedpropje etc.

Iemand is moeilijk gerust te stellen en het komt voor dat mensen daardoor vaker de huisarts bezoeken of juist te bang zijn om er heen te gaan. Als de arts aangeeft dat niets wijst op een ernstige ziekte of er niets uit onderzoeken komt, blijft het voor sommigen toch knagen: mogelijk is er niet goed (genoeg) onderzocht of werd je vast niet geloofd. Soms neemt de onrust of angst even af om vervolgens na een tijdje in volle hevigheid terug te komen.

Hypochondrie behoort officieel niet tot de dwangstoornis of aanverwante stoornissen maar tot somatoforme stoornissen (lichamelijke klachten zonder een medische oorzaak).
Toch zijn er wel degelijk raakvlakken vanwege de obsessieve focus op lichamelijke reacties en angst voor een ziekte. Ook het kortdurend afnemen van de angst of onrust door geruststelling te zoeken en te controleren (onderzoek te laten doen wat echter op lange termijn niet helpt) is vergelijkbaar met een compulsie.

Cognitieve gedragstherapie (CGT) kan helpen om meer inzicht in en grip te krijgen op de problematiek. Medicatie wordt ook toegepast.

Hypochondrie kan gelijktijdig voorkomen met een dwangstoornis.