Deze twee woorden duiden in algemene zin aan wat de oorzaak kan zijn van (psychische) problematiek of gedrag in het algemeen. Komt het door de aard of door de opvoeding? 

Nu is een beetje de vraag wat onder aard verstaan wordt. Is dat het erfelijk bepaalde deel of wordt ermee bedoeld wat er al is bij de geboorte (aangeboren)? Want in dat laatste zitten ook al niet-erfelijke invloeden zoals wanneer de moeder rookte of ziek was tijdens de zwangerschap.

Een ander onderscheid dat ook wel gemaakt wordt is of het biologisch of psychologisch is. Met het eerste worden dan meer stoffelijke invloeden bedoeld en met het tweede niet-stoffelijke invloeden. Nu is het zo dat ook niet-stoffelijke invloeden zoals bijvoorbeeld opvoeding, het meemaken van traumatische gebeurtenissen of emotionele verwaarlozing wel degelijk gevolgen kunnen hebben die stoffelijk aantoonbaar zijn. Het onderscheid is dus niet zo strikt.

Een groot misverstand is dat wanneer een oorzaak stoffelijk is, dan aan het gevolg psychologisch niets te doen is en als een oorzaak psychologisch is, er aan het gevolg wél iets te doen is. Beiden zijn onjuist. De aard van de oorzaak zegt niks over de mogelijke invloed van behandeling. Een psychologisch veroorzaakte angststoornis kan wel degelijk door een stoffelijke behandeling worden beïnvloed en andersom kan een door erfelijkheid veroorzaakte driftigheid zeker wel beïnvloed worden door psychologische factoren.

De belangrijkste biologische invloeden zijn erfelijkheid:

  • voeding (inclusief vitamine tekort)
  • intoxicaties (schadelijk stoffen, zoals nicotine, alcohol, drugs, bijwerkingen van medicijnen, lood, etc.)
  • infecties en ziekten in het algemeen
  • mechanische trauma’s (ongelukken met hersenschudding/hersenletsel)
  • zuurstoftekort
  • hersenbloedingen

De belangrijkste psychologische invloeden zijn aandacht, stimulatie, een omgeving met voldoende maar niet teveel en gevarieerde prikkels, liefde, veiligheid, zekerheid, voorspelbaarheid en afwisseling, dagelijkse bezigheden en mogelijkheden tot zelfverwerkelijking. Ouders/opvoeders spelen daarin een belangrijke rol maar ook school, leeftijdsgenoten, sociale contacten in het algemeen, werk en dagbesteding, materiële welvaart en cultuur.

Kortom: genetisch is de smalste opvatting van aard, aangeboren is al breder en bevat ook omgevingsfactoren en biologisch is nog weer breder. Het onderscheid geeft minder aanwijzingen voor wat ergens therapeutisch aan gedaan kan worden dan vaak wordt gedacht. Toch is het wel degelijk belangrijk want in de sfeer van preventie, dus het voorkomen van problemen, is belangrijk te weten welke oorzaken een rol spelen.