Obsessies

Het woord obsessie is afgeleid van het Latijnse obsidere, wat beheersen/bezetten betekent. Een obsessie is een gedachte die je beheerst, die je niet van je af kunt zetten.

Een officiële definitie is: “Terugkerende en hardnekkige gedachten, impulsen of voorstellingen die worden beleefd als opgedrongen of zinloos en die angst of spanning veroorzaken”. 

We spreken liever van hardnekkige belevingen, die worden beleefd als opgedrongen of zinloos en waarbij sprake is van angst of spanning. We weten niet altijd of de gedachte de angst veroorzaakt of dat de angst de gedachten oproept. Over het verband tussen gedachte, voorstelling, gevoel en impuls gaan we elders nog in. Zodra dat geplaatst is, vermelden we hier de link.

Intrusies is een ander woord voor gedachten, die zich aan je opdringen. Intrusies zijn pas obsessies als er ook sprake is van angst of spanning.

Obsessies wordt vertaald als dwanggedachten. Niet alle gedachten die voorkomen in het kader van dwangstoornissen zijn dwanggedachten. Sommige gedachten hebben juist tot doel de onrust weg te nemen en zijn dus dwanghandelingen: compulsies. Het zijn weliswaar geen uiterlijke handelingen maar mentale.

Dus een obsessie is altijd een innerlijke (dwang)beleving maar niet elke innerlijke (dwang)beleving is een obsessie. Het kan ook een mentale dwanghandeling zijn. Uiterlijke verschijnselen, zoals controleren, wassen, ordenen zijn altijd dwanghandelingen en nooit dwanggedachten.

Maar een dwanghandeling kan een uiterlijke handeling zijn maar ook een innerlijke.
En een gedachte kan dus een dwanggedachte (obsessie) zijn of een gedachte-dwanghandeling (compulsie).

Dat klinkt ingewikkeld maar eigenlijk is het onderscheid niet moeilijk:

De obsessieve innerlijke beleving is verontrustend.
Je wilt ervan af, door negeren, onderdrukken of neutraliseren.
Obsessies zijn ont-stellend, ont-zettend.
Obsessieve gedachten krijg je.
Je wordt door de obsessie overmatig in beslag genomen.
Obsessies zijn te vergelijken met jeuk maar dan in je hoofd, in je gedachten.
O jee hoorde ik iemand om hulp roepen, is een obsessie.

De compulsieve innerlijke beleving is “rustgevend” bedoeld (neutraliseren van de onrust).
Je wilt ermee bereiken dat je ergens vanaf bent.
Compulsies zijn her-stellend, recht-zettend.
Compulsieve gedachten maak je.
Je houdt je met de compulsie overmatig bezig.
Compulsies zijn te vergelijken met krabben, tegen de jeuk.
Ik probeer uit alle macht om het goede te denken, is een compulsie.

In het gewone taalgebruik wordt het woord obsessie ook gebruikt voor dwanghandelingen.
Op deze website wordt met obsessie altijd een dwanggedachte bedoeld en met een compulsie altijd een dwanghandeling, die dus ook een gedachtenhandeling kan zijn.

Over obsessies wordt ook nog gezegd dat je probeert ze te onderdrukken, te negeren of te neutraliseren. Je wilt ervan af. Dit is toegevoegd om nog duidelijker een onderscheid te maken met gedachtes die ook steeds terugkeren en hardnekkig zijn maar die je wel wilt hebben. Bijvoorbeeld mijmeren over iets aantrekkelijks zoals verliefd zijn. Of steeds denken aan iets wat een hobby is.

 

Voorbeelden

Voorbeelden van verontrustende belevingen, die obsessies zijn:

  • O jee, ik heb misschien vergeten de kaarsen uit te doen waardoor er brand kan komen.
  • Help, ik heb misschien wel iets over het hoofd gezien, wat heel nare gevolgen heeft.
  • Hè, ik kan maar niet erop komen wat ik zeggen wou.
  • O jee, ik kan iemand zomaar in het kruis grijpen.
  • O jee, mijn kinderen kunnen een ongeluk krijgen.
  • O jee, ik heb misschien wel iets vies aangeraakt.
  • Hè, ik heb het niet op de goede manier gedaan.
  • Hè, ik ben iets belangrijks vergeten.
  • Hè, ik ben iets kwijt.
  • Hè, ik moet dat even aanraken.
  • Hè, wat voelt dat scheef, ik moet daar iets aan doen.
  • O jee, ik kan zomaar iemand een mes in zijn lijf steken.
  • Help, ik moet denken aan de piemels van de mannen die hier bij de bushalte staan.
  • O jee, ik heb aldoor allerlei seksuele voorstellingen als ik mensen zie.
  • O jee, ik stink misschien wel.
  • Hè, ik moet opnieuw door de deur, want het voelt niet goed.
  • Help, ik denk helemaal tegen mijn zin, dat God een klootzak is.
  • O jee, ik moet denken dat ik iemand onder de trein zou kunnen duwen.
  • O jee, ik denk helemaal tegen mijn zin, dat ik hoop dat mijn oma doodgaat.
  • O jee, ik kan mijn baby zomaar uit het raam gooien.
  • Hè, het moet allemaal helemaal precies kloppen.
  • O jee, ik heb aldoor heel ongewenste seksuele voorstellingen, over seks met dieren, met mijn moeder, met nonnen, met lijken.
  • Help, ik heb aldoor heel akelige agressieve voorstellingen.
  • O jee, ik heb aldoor de aandrang tot smerige dingen zoals mensen likken.
  • Hè, mijn ene schoen zit vaster dan de andere.
  • Hè, ik moet het even opnieuw doen.
  • Help, ik moet alles vertellen wat er maar in me opkomt.

Samengevat zijn het gedachten, impulsen, voorstellingen of gevoelens die gepaard gaan met onrust.
Vaak gaat het over rampen die je kunnen overkomen of die door jou toedoen zouden kunnen gebeuren doordat je iets vreselijks doet, dan wel doordat je iets noodzakelijk nalaat.

Een ander thema is dat iets niet “goed” voelt, niet volledig is.
Niet bij alle obsessies is duidelijk aan te geven of ze meer passen bij het thema ‘rampen’ of het thema ‘niet in orde’. Een voorbeeld is een sterk aandrang om de kussens op de bank precies te ordenen omdat het anders niet goed voelt met daarbij de gedachte dat er anders misschien wel iets rampzaligs gebeurt.

Een bijzondere categorie obsessies die vaak gepaard gaan met veel schaamte, zijn voorstellingen of impulsen over nare dingen die je zou kunnen doen. Dit zijn obsessieve intrusies. Meestal gaat het over seksuele of agressieve onderwerpen: iemand een glas in het gezicht duwen, je baby uit het raam gooien, mensen in het kruis grijpen, gore taal uitslaan, je broek naar beneden doen in het openbaar, je hand in de cirkelzaag doen, over de balustrade springen, mensen voor de trein duwen, denken: ik wou dat oma doodging, kreeg mijn vader maar kanker, vuile rotturk etc.

De gedachtes roepen veel schaamte op. Mensen kunnen vaak een goed onderscheid maken tussen belevingen die ze hebben en waar ze ook niet zo trots op zijn, maar die ze wel als eigen ervaren in tegenstelling tot deze wezensvreemde belevingen. Een man die veel last had van seksuele obsessies verwoordde het als volgt: “Ik ben niet trots op alles wat ik innerlijk aan wensen, verlangens en impulsen aantref, maar dit is niet mijn eigen ‘vuiligheid’.”

In de psychoanalytische theorie werden intrusies wel gezien als een verdrongen wensen en impulsen. Deze benadering is niet vruchtbaar gebleken en is niet juist. Intrusies kunnen beter gezien worden als (geluiden van) stoorzenders.

Voor een uitgebreide bespreking, lees verder bij Intrusies.

Over het verband tussen deze voorstellingen en impulsen en ticstoornissen zullen we elders nog ingaan. Zodra dat geschreven is, verschijnt hier de link.

2017-09-26T15:54:38+00:00