OCPS is een afkorting van obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis en komt soms ook samen voor met een dwangstoornis.

Mensen die lijden aan deze aandoening hebben een grote behoefte aan controle en stellen extreem hoge eisen aan zichzelf. Algemene inflexibiliteit staat op de voorgrond door een sterke focus op het naleven van regels, perfectionisme en overmatige ordelijkheid. 

De wens om alles goed en netjes te doen, maakt deel uit van het karakter: “Het voelt zo, ik ben zo”, dit noemen we egosyntoon. Omdat iemand het als “eigen” beleeft, worden de problemen vaak lange tijd niet herkent.

Vaak begrijpt iemand met OCPS niet goed waarom anderen zo nonchalant met dingen om kunnen gaan en begrijpt de omgeving niet waarom alles zo precies op één manier moet. Mensen met OCPS kunnen zich daardoor erg eenzaam en onbegrepen voelen maar ook een wens voelen om vrijer te kunnen zijn en dingen te doen omdat het leuk is en niet omdat het moet of zo hoort.

In vergelijking met OCD is er bij OCPS meer sprake van rigiditeit dan compulsiviteit. Er is geen besef dat de strakke regels in de ogen van veel anderen overdreven of onnodig zijn. Perfectionisme wordt meer uitgeleefd dan beleefd als innerlijke onrust. Als zaken kunnen worden uitgevoerd volgens de strakke regels dan is iemand in principe tevreden, maar het is voor de omgeving belastend.

DSM-IV-TR

Een diepgaand patroon van preoccupatie met ordelijkheid, perfectionisme, beheersing van psychische en intermenselijke processen, ten koste van soepelheid, openheid en efficiëntie, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties, zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende kenmerken:

  • is gepreoccupeerd met details, regels, lijsten, ordening, organisatie of schema’s, wat zo ver gaat dat het eigenlijke doel uit het oog verloren wordt;
  • toont een perfectionisme dat het afmaken van een taak bemoeilijkt (bv. onvermogen iets af te maken omdat het niet aan de eigen overtrokken eisen voldoet);
  • is overmatig toegewijd aan werk en productiviteit met uitsluiting van ontspannende bezigheden en vriendschappen (niet te verklaren door een duidelijke economische noodzaak);
  • is overdreven gewetensvol, scrupuleus en star betreffende zaken van moraliteit, ethiek of normen (niet te verklaren vanuit culturele of godsdienstige achtergrond);
  • is niet in staat versleten of waardeloze voorwerpen weg te gooien, zelfs als ze geen gevoelswaarde hebben;
  • is er afkerig van taken te delegeren of om met anderen samen te werken, tenzij dezen zich geheel onderwerpen aan zijn manier van werken;
  • heeft zich een stijl van gierigheid eigen gemaakt ten aanzien van zichzelf en anderen; geld wordt gezien als iets dat opgepot moet worden voor toekomstige catastrofes;
  • toont starheid en koppigheid.