Een compulsie is er altijd op gericht  onrust te verminderen. Dit kan een uiterlijke handeling zijn maar ook een innerlijke/mentale.

1. Compulsies die logisch voortvloeien uit de aard van de onrust

Tegengesteld aan de onrust:

  • Meer zekerheid zoeken door controleren, herhalen, schoonmaken, veiligheidsmaatregelen nemen. Vermijden van triggers.
  • Het verwijderen van vuil en vermijden van vuil. Het gaat hier niet om meer zekerheid zoeken, maar om de walging/afkeer te verminderen.

Als ontlading van de onrust:
Dwangen, waarbij er weinig cognities zijn en de aard van de obsessieve onrust meestal onbestemd is. De drang iets te doen staat voorop. Ook wel impulsies genoemd zoals:

  • Tellen;
  • Dingen symmetrisch doen (Symmetriedwang);
  • Dingen ordenen, volledig maken, exact kloppend maken;
  • Dingen moeten aanraken;
  • Moeten spugen, likken of ruiken;
  • Iets overnieuw moeten doen;
  • Iets een aantal keren moeten doen;
  • Haren uittrekken;
  • Aan wondjes of oneffenheden van de huid krabben;
  • Verzamelzucht.

2. Compulsies die een magische bezwering zijn van de onrust

  • Het kan tegengesteld zijn aan de obsessie. Tegengedachten denken, neutraliseren, bidden, de goede gedachten hebben als je iets doet. Dingen “terug” doen.
  • Het kan ook puur magisch zijn zoals iets op een bepaalde manier neerleggen, afkloppen, iets op een bepaalde manier moeten doen of een bepaald aantal keren. Rituelen. Vermijden van foute getallen, woorden.

Mentale compulsies

  • In gedachten situaties nagaan, zich afvragen wat je precies gedaan of gezegd hebt, of er niet iets afschuwelijks is gebeurd of kan gebeuren. Eindeloos twijfelen: “Heb ik nou…?” dit of dat gedaan. “Zei ik…?” “Heb ik wel…?” “Heb ik hem nou uitgescholden?” Dit is in feite controleren in gedachten. Eindeloos proberen jezelf gerust te stellen, voortdurend nagaan wat je voelt, voortdurend zekerheid zoeken;
  • Het goede moeten denken, dingen in orde denken, nare gedachten moeten neutraliseren, moeten tellen in gedachten, woorden moeten nazeggen in gedachten;
  • Vergeten dingen weer proberen te herinneren;
  • Eindeloos piekeren (rumineren) over hoe iets perfect, volledig, absoluut of zeker te kunnen krijgen;
  • Moeten bidden of andere mentale rituelen. Voortdurend nadenken over onoplosbare existentiële thema’s zoals het wezen van het zelf, het bestaan, waarom dingen gebeuren zoals ze gebeuren;
  • Op het goede getal moeten uitkomen;
  • Dingen proberen te herinneren;
  • Vermijden om over bepaalde onderwerpen na te denken.

Uiterlijk zichtbare compulsies

  • Schoonmaken, angstvallig schoonhouden van jezelf of van dingen;
  • Controleren van sloten, deuren, licht, ramen, apparaten, gas, elektriciteit, water, portemonnee, kaarsen, uiterste houdbaarheidsdatum, op fouten;
  • Steeds geruststelling vragen, steeds bevestiging vragen of toestemming;
  • Controleren van gezondheid, van het uiterlijk, de kleding;
  • Controleren van de partner;
  • Stalken;
  • Bewaren, opslaan, alles moeten vastleggen, opschrijven of fotograferen;
  • Alles moeten vertellen of opbiechten;
  • Ordenen, rangschikken, op een bepaalde manier neerzetten;
  • Pijnlijk netjes of precies zijn, op alle slakken zout leggen;
  • Voortdurend lijstjes maken van dingen die gedaan moeten worden;
  • Steeds bezig zijn lijstjes af te werken;
  • Veel bezig zijn met het maken van overzichten;
  • Ingaan op elke mogelijkheid, niks willen missen;
  • Heel precies zijn met kleding zoals de naadjes precies recht doen, bang zijn niet de goede kleding te hebben;
  • Dingen symmetrisch doen, precies op een bepaalde manier of een bepaald aantal keren, steeds herlezen, herschrijven;
  • Dingen opnieuw moeten doen tot ze goed voelen. Vaak betreft het overgangen zoals over drempels gaan, door de deur gaan, gaan zitten;
  • Moeite om tot ander gedrag over te gaan bijvoorbeeld beginnen met eten, onder de douche gaan, onder de douche weggaan;
  • Terug moeten gaan naar uitgangspunt, ongedaan maken, tegendingen doen (Elastiekdwang);
  • Voortdurend lichamelijke processen in de gaten houden zoals ademen, oogknipperen, slikken, plassen, voortdurend naar de wc gaan;
  • Sparen en verzamelen of niet weg kunnen gooien.