“Maar als hij helemaal niet aan mij denkt, dan houdt hij toch niet echt van me?” De vrouw was vertwijfeld. “Ik vraag hem nog even een boodschap te doen voor het eten en hij komt pas úren later thuis. En dat gebeurt keer op keer.” Steeds beloofde haar man beterschap en prompt ging het weer mis.

De man zat er schuldbewust bij. Hij vond oprecht naar dat hij zijn vrouw verdriet deed. Maar hij vergat de dingen die hij moest doen domweg. Dat speelde zijn hele leven al en het gaf niet alleen problemen in zijn huwelijk, maar in alles. Zijn werk, zijn administratie en op andere gebieden.

Een jongen, die ook altijd alles vergat, zei tegen mij: “Als ik het huis verlaat dan lukt het me met geen mogelijkheid om er aan te denken dat ik de sleutel mee moet nemen. Die heb ik dan niet nodig.”

Weer een andere jongen, die zich nooit tot de studie of opruimen kon zetten en die altijd pas boodschappen deed als hij honger kreeg, vroeg me: “Zeg eens eerlijk: heb ik nou een probleem of ben ik gemakzuchtig?”

“Gamen kan hij wel uren volhouden”

Concentratiegebrek. Dat zien veel mensen als het grootste probleem bij ADHD. Maar voor de omgeving lijkt het soms moeilijk te geloven: “Daar heeft mijn zoon anders geen last van als hij aan het gamen is. Dat kan hij úren volhouden”, hoor ik vaak van ouders.

En dat klopt. Je aandacht houden bij dingen die je leuk vindt, dat lukt bijna iedereen, óók veel mensen met ADHD. Maar huiswerk, of opruimen, of saaie klussen: dat is al gauw een ander verhaal.
Heeft iemand met ADHD dan misschien vooral een probleem om zijn aandacht te houden bij dingen die niet direct leuk of belangrijk zijn? Want die kosten ons allemaal wilskracht.

Het volgende voorval deed me daaraan twijfelen. Een meisje kreeg van haar ouders een reis cadeau voor haar eindexamen. Dat eindexamen had ze met hangen en wurgen gehaald, want huiswerk maken was altijd een ramp. Het enige wat ze voor die reis zelf moest doen was een handtekening zetten onder een visumaanvraag. Maar wat er ook gebeurde, de ouders kregen het formulier met de handtekening maar niet terug. Wat nu?

“Als ze nog te beroerd is om die handtekening te zetten, moet ze de gevolgen dan maar niet eens voelen? Dus geen reis?” vroeg de vader. We bespraken dat het toch wel wonderlijk was.

Het zetten van een handtekening is zo’n kleine moeite, zeker in verhouding tot wat het haar opleverde, dat ‘er te beroerd voor zijn’ geen goede verklaring bood. Kennelijk kon een toekomstig voordeel haar niet aanzetten tot actie. In gewoon Nederlands: ze keek totaal niet verder dan haar neus lang is.

Portemonnee verloren

Een man vertelde me: “Ik ben blij als de deurwaarder komt, want dan lukt het me eindelijk om de rekening te betalen. Tot die tijd speelt het voortdurend door mijn hoofd, en toch komt het er niet van. Het lijkt wel alsof er een soort verbinding mist in mijn brein.”

Dezelfde man verloor zijn portemonnee met een flink bedrag erin, omdat er een gapend gat in zijn tas zat. Hij kocht een nieuwe portemonnee. En die stopte hij ‐je raadt het al‐ gewoon weer in diezelfde tas. Hoe bestaat zoiets? Kennelijk was zelfs de concrete ervaring van het verliezen van een groot bedrag voor hem niet genoeg om tot gedragsverandering te leiden.

Waarom lukken voornemens niet?

Een voornemen is een wens, maar nog geen wil. Een voornemen is weten dat je het wil, maar nog niet voelen dat je het wil. Weten zet ons pas in beweging als we er iets bij voelen. Bijvoorbeeld: het is half twaalf. We weten dat we ons morgen prettiger voelen als we nu naar bed gaan, maar we voelen nu het plezier van nog even op te blijven. Pas als we iets gaan voelen bij hoe het is om morgen niet uitgeslapen te zijn, leidt dat tot handelen.

Een meisje verzuchtte: “Ik wou wel, dat ik mijn tanden elke dag kon poetsen.” Ze gaf daarmee aan hoeveel moeite ze had om een wens om te zetten in een daad. Ook haar kamer opruimen lukte haar nooit, hoewel ze er wel last van had dat het zo’n rotzooi was. Op een gegeven moment vertelde ze me: “Heel raar. Als ik stimulantia gebruik dan krijg ik opeens zin in het opruimen van mijn kamer, en dan doe ik het ook.” De wens werd tot wil(skracht). Kennelijk geeft stimulantia energie om voornemens ten uitvoer te brengen.

Dus toch weinig wilskracht?

Hebben de mensen uit dit artikel nu een gebrek aan wilskracht? Zijn ze gemakzuchtig, zoals de jongen vroeg die pas boodschappen ging doen als hij honger kreeg? Ik zou liever zeggen dat voornemens bij mensen met ADHD soms moeilijker tot wilskrachtworden. In onze maatschappij wordt veel gevraagd van ons vermogen om iets te voelen bij abstracties in de toekomst zoals afspraken, deadlines, diploma’s, studieleningen, hypotheken. Hoe verder weg iets is, hoe moeilijker dat lukt.

“Pas de avond ervoor begint hij over een werkstuk, dat hij morgen al moet inleveren” is een veelgehoorde verzuchting van ouders van kinderen met ADHD. “Altijd op het laatste moment.” Ja, want pas dán komt het echt in het gezichtsveld (belevingsveld). Maar dat is nogal eens te laat.

Het besef dat bij mensen met ADHD dingen uit de buitenwereld moeilijker doordringen tot hun belevingswereld, helpt mij om het uitstelgedrag beter te begrijpen. Concentratieproblemen en ook motivatieproblemen zijn daar wellicht het gevolg van.

Als de man die om een boodschap moest de voordeur achter zich dicht trok, stond zijn vrouw niet meer op zijn netvlies. Zijn gedrag werd bepaald door wat er vervolgens op zijn pad kwam. Het idee, dat zijn vrouw straks teleurgesteld zou zijn leefde niet voor hem. Ondanks dat dat al meerdere keren tot grote teleurstelling had geleid.

Een jongen voelde zich schuldig, omdat hij zijn moeder verdriet had gedaan door iets steeds maar weer uit te stellen. Ik vroeg: “Hoe lang zul je daar nu van onder de indruk zijn?” Zijn antwoord was heel eerlijk: “Ja, dat is bij mij altijd snel weer weg.”

Bij de jongen die altijd zijn sleutel vergat leidde het idee, dat hij hem straks nodig zou hebben, maar niet een concrete beleving. Het meisje van de reis had geen enkele aandrang om de handtekening te zetten, omdat ze er geen enkele beleving bij had. Ze voelde het niet als de voorwaarde voor een mooie reis.

Emoties zorgen dat je iets onthoudt

“Leuke dingen vergeet je ook niet”, sprak mijn vader vroeger beschuldigend als ik een opdracht was vergeten. Nou was het een hele goede vader, maar dit vond ik oneerlijk. Het was wel waar, maar wat voor schuld heb je daar nou echt aan?

Dingen die je krachtig beleeft ‐of dat nu positief is of negatief‐ onthoud je, en die bepalen je gedrag. Dingen waar je weinig bij voelt, vergeet je gemakkelijk. Dat geldt voor mensen met én zonder ADHD. Maar mensen met ADHD beleven misschien minder bij de dingen die de buitenwereld van ons vraagt. En vergeten het daardoor gemakkelijker of komen er niet toe.

En wat heb ik die jongen geantwoord op zijn vraag of hij een probleem had of gemakzuchtig was? Ik moet er nog iets bij vertellen. Hij liep óók al weken heel moeilijk omdat hij een ingegroeide nagel had. Maar naar de huisarts gaan, kwam er niet van. Ik heb geantwoord: “Je hebt een probleem als je zo moeilijk ergens toe kunt komen. Dat zou je gemakzucht kunnen noemen, maar het is niet gemakkelijk zo ‘gemakzuchtig’ te zijn.”

Photo credit: Pexels via Pixabay (license) – adaptation