Jaren geleden zag ik in de crisisdienst een jonge vrouw, die ontzettend angstig was. Ze was overduidelijk psychotisch. Ik stelde medicatie voor om haar psychotische belevingen terug te dringen en daarmee haar angst.
“Ik moet die chemische troep niet”, sprak haar vriend geïrriteerd. Hij was bekend als een multi-user, die alles snoof, slikte en spoot wat los en vast zit. Maar psychofarmaca is blijkbaar chemische troep.

Ik deel die mening niet. Voor de komst van psychofarmaca hadden we spanlakens, dwangbuizen, koude baden en insulinekuren. Een onbehandelde psychose of ernstige depressie kan een afdaling zijn in de hel. Dat er middelen zijn die dat tegen kunnen gaan, vind ik een zegen. Waarmee ik niet wil zeggen, dat we niet kritisch mogen zijn. De vraag is alleen hoe kritisch.

Vraagtekens

Recent verscheen een boek van Bram Bakker, Geluk uit een potje, waarin hij de te grote invloed van de fabrikant op de psychiatrie aan de kaak stelt. Veel te veel invloedrijke mensen hebben banden met deze industrie, zeker in Amerika. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt.

Oók terecht zijn de vraagtekens die hij zet bij de omvang van het gebruik. In een artikel over zijn boek stelt Bakker ook de vraag of we door maatschappelijke factoren een te zware wissel trekken op ons psychisch functioneren.
Terechte vragen, maar de titel boven het stuk, ‘Alleen de industrie wordt gelukkig van psychofarmaca’, vond ik te ongenuanceerd1.

In een ingezonden brief daarover in de NRC pleitte ik ervoor om niet het kind met het badwater weg te gooien.
Dat zal ieder met me eens zijn, maar deze week ben ik weer erg in verwarring gebracht over de vraag hoeveel kind er is en hoeveel badwater. Wat is het geval? De Deense hoogleraar Peter Gøtzsche zegt, dat de farmaceutische industrie meer doden op haar geweten heeft dan de maffia. Toe maar. Dat zijn geen geringe uitspraken. Zeker niet als je weet dat hij een van de oprichters is van de wereldwijde Cochrane organisatie die onafhankelijke informatie geeft over effectiviteit van behandelingen.

Gøtzsche schreef het boek Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad. Een grimmige titel. Daarbij vergeleken klinkt de titel van Bakkers boek haast gezellig. Het voorwoord van zijn boek, dat is bekroond met de British Medical Association’s Annual Book Award, is van Bert Keizer, ook niet de minste. Wat hij zegt, liegt er ook niet om: “De grote farmaceuten verdoezelen onderzoeksresultaten, verzwijgen bijwerkingen, kopen artsen om, infiltreren nascholingen, corrumperen patiëntenorganisaties, plaatsen leugenachtige advertenties en bedriegen tijdschriftredacties via ghostwriters.”

Het onderwerp is in Nederland nu actueel omdat Gøtzsche hier is ter gelegenheid van de presentatie van de Nederlandse vertaling van zijn boek. Wie er meer over wil lezen, verwijs ik naar Stop met het voorschrijven van pillen, een verpletterend artikel.

Wie geïnteresseerd is in een tegengeluid kan terecht bij deze reactie van Henk Jan Out, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde.

Maar nu?

Wat moeten we hier nu mee? Vorige week schreef ik nog in de blog Antwoord op alles dat je voor elke mening wel een expert kunt vinden die het met je eens is. Maar dat ging over filosofische vraagstukken. Dit gaat over onze dagelijkse praktijk. Eerder werden we al opgeschrikt door de berichten dat misschien wel de helft van onze wetenschappelijke literatuur niet klopt2. Nu wordt gezegd dat maar heel weinig patiënten baat hebben bij medicatie. Ik kan niet ontkennen dat dit alles mij in verwarring brengt. Dat geeft niet. Mijn opvoeding heeft mij hierop voorbereid. ‘Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede.’ En de belofte ‘wie zoekt zal vinden’. Dus ik red me wel.

Maar wat moeten onze patiënten nu? Op Twitter kreeg ik al de eerste vraag: “Moet ik nu stoppen met de medicatie? Eenduidige informatie graag.”

Ik kan alleen spreken voor mijn eigen vakgebied: we moeten kritiek op de farmaceutische industrie niet gelijkstellen aan kritiek op het geneesmiddel. Ik hou in deze verwarring overeind dat bij oordeelkundig gebruik het een zegen is dat er (psycho)farmaca zijn.

Photo credit: Joël Oosterhoff
  1. Ik heb later begrepen dat de titel niet van Bakker zelf kwam.
  2. Zie bijvoorbeeld dit artikel in de Lancet

Gepubliceerd op Medisch Contact op 12 november 2015.