Ruim dertig jaar geleden woonde ik een debat bij tussen professor Romme uit Maastricht en professor Giel uit Groningen. Onderwerp was de vraag of schizofrenie bestaat. Giel zat op de lijn dat het een afgrensbare ziekte is, waarvoor we de oorzaak ooit wel eens zouden vinden en Romme betoogde dat het meer een kwetsbaarheid is, als variatie in de bevolking.

Recent was er weer een debat tussen een professor uit Maastricht en een professor uit Groningen. Jim van Os contra André Aleman. Het onderwerp was – u raadt het al – of schizofrenie bestaat.

Een mooie illustratie van de ‘Ewige wiederkunft des Gleichen’, de wat pessimistische visie van Nietzsche dat het leven er niet beter of slechter op wordt, maar dat we het hiermee moeten doen. We moeten ons schikken in ons lot.

In het debat maakte professor Aleman ook een opmerking over je schikken in je lot. Hij zei dat dat voor hem iets anders was dan herstellen van je ziekte. In het huidige debat is ‘herstel’ namelijk een belangrijk thema.

Wat betekent herstel?

Even een uitstapje.
Laatst was ik met mijn auto bij de garage. Ik had zelf het idee dat hij niet meer te repareren was maar de monteur had een andere visie. “Ik herstel hem voor u”, zei hij. Dus een paar dagen later ging ik weer naar de garage. De auto stond buiten. Wat me meteen opviel was dat er een bordje op zat: max. 50 km. “Wat is dat nou?” zei ik tegen de monteur. “U zou hem toch herstellen?” “Dat heb ik ook gedaan”, zei hij. “Hij doet het weer, u moet het motortje eens tevreden horen snorren. U kunt er nog veel plezier van hebben, maar u moet er niet harder dan 50 mee rijden.” “Dat was niet helemaal wat ik in gedachten had”, zei ik wat beteuterd tegen hem, “ik dacht dat u hem weer de oude zou maken.”

Bovenstaand verzinsel is bedoeld als illustratie van wat wij, ik althans, meestal verstaan onder herstellen. Iets wat ont-steld is weer her-stellen. Weer heel maken, zodat hij weer functioneert.
In de herstelbeweging betekent herstel iets anders. Het gaat daarbij niet zozeer over het uiterlijke maatschappelijk functioneren, maar over innerlijk welbevinden. Of iemand erin slaagt weer een voor hem betekenisvol bestaan te ervaren.

Jim van Os keert zich tegen een te pessimistische, te deterministische visie op psychoses en omarmt daarbij het herstelvisie. André Aleman vindt dat hij daarmee valse hoop geeft. Het probleem zit hem in het feit dat ze niet hetzelfde onder herstel verstaan.

Ooit hoorde ik dat je na een ziekte juist niet weer de oude moet worden. Dan heeft het niks opgeleverd. Je moet weer beter worden. Beter, niet in lichamelijk opzicht, maar in innerlijk opzicht. Misschien een wat romantische visie. Maar wat mij hierin en in de herstelvisie wel aanspreekt, is dat niet het uiterlijke functioneren maar het innerlijke welbevinden centraal gesteld wordt.

Bezwaar

Wat ik echter een groot nadeel vindt van de herstelvisie, is het gebruik van het woord ‘herstel’. Dat vraagt om misverstanden. Ik denk dat de meeste mensen onder herstel verstaan wat Aleman eronder verstaat. Weer de oude worden, zodat je weer goed kan functioneren op diverse levensterreinen. Ik denk dat ook veel patiënten het zo opvatten en daardoor in de war gebracht kunnen worden. Een patiënt zei laatst tegen me:”Ze zeggen dat ik kan herstellen, maar dat lukt me niet. Nu voel ik me ook nog als patiënt mislukt.”

Mijn grootste bezwaar is echter wat het met de publieke opinie doet. Over psychische aandoeningen wordt toch al vaak te licht gedacht. Het woord ‘herstel’ kan dat versterken.
Op het nationale congres over destigmatisering werden vooral succesverhalen getoond van mensen die hersteld waren in de zin van Aleman. Premier Rutte met zijn eeuwige blijmoedigheid wist er wel raad mee1: ook al heb je een psychische aandoening, dan hoef je nog niet bij de pakken neer te gaan zitten. Je kunt best nog werk vinden.
Minister Schippers was de andere politieke coryfee. Wat zij vindt van psychische problematiek wisten we al van eerdere uitspraken: psychische ziekten zijn geen echte ziekten. Je kunt het ook met de buurvrouw oplossen.

Een niet onbelangrijk aspect van geestelijke gezondheidszorg is in mijn ogen mensen te helpen de moed erin te houden. De kunst daarbij is leven met de problemen (beter) mogelijk te maken zonder de problemen te ontkennen. Niet somberder dan goed is, niet positiever dan waar. Ook zonder spraakverwarring is dat al moeilijk genoeg.

Photo credit: Someone’s observing you… via photopin (license) – adaptation
1. Dat congres zou als motto hebben: Iedereen heeft wel eens wat. In een opiniestuk in de NRC schreef ik dat je dan de ernst van psychische aandoeningen wegpoetst in plaats van het stigma.

Gepubliceerd op Medisch Contact op 8 juni 2015.