“Ik begrijp wel, dat andere mensen niet snappen hoe het voelt om depressief te zijn. Ik snap het achteraf zelf al niet eens meer. Ik weet nog hoe compleet machteloos ik me voelde en hoe ik zelfs de eenvoudigste dingen niet op kon brengen, maar ik kan het niet goed meer navoelen.”

Tegenover me zat een jonge vrouw, die een ernstige depressie had doorgemaakt. We spraken over het onbegrip dat haar ten deel was gevallen.
“Je doet het om aandacht te trekken.”
“Je wilt geen verantwoordelijkheid nemen.”
“Zet je er toch eens over heen. Je probeert het niet eens!”
“Je kruipt helemaal in de slachtofferrol.”
“Ja, als ik de hele dag in bed blijf liggen dan ga ik me ook ellendig voelen.”

Ze was bewonderenswaardig mild.
“Ik dacht voordat ik dit meegemaakt had ook zo”, zei ze.
“Ik wist ook niet hoe machteloos je bent, als je echt door een depressie wordt overvallen.”

Woensdag 10 september is een nationaal congres ‘Anders denken over psychische aandoeningen’. Het doel is een vermindering van taboe en stigma. Geen zinnig mens, die daar tegen is, maar hoe anders moeten we daarvoor gaan denken?

Stigma

Een stigma is een negatief en onterecht oordeel. Nu zijn er veel onterechte, negatieve oordelen, niet alleen over psychische aandoeningen. Het is de menselijke natuur om wat anders is met argwaan te benaderen en te bespotten. Schele, mankepoot, rooie, brillejood, vetzak, vuile homo, gore Turk, kankerlijer. Het is slechts een kleine selectie uit een de schier oneindige reeks van gebrek aan respect voor anderen.
Deze oordelende manier is, vrees ik, een primaire reflex.

Maar gelukkig zijn we ook in staat tot andere manieren. Begripsvol, ons verplaatsen in de ander. Niet denken in termen van ‘wij zijn beter dan zij’, maar de ander zien als iemand die jij had kunnen zijn. Ook begrip hebben voor het feit, dat mensen gehinderd kunnen worden door een aandoening, hoort daarbij.

Fles

Bij de meeste lichamelijke aandoeningen lukt ons dat nog wel min of meer. Iemand met hartklachten of met kanker zien we over het algemeen niet als minderwaardig.
Bij psychische aandoeningen ligt dat ingewikkelder. Daar is de hindernis minder goed te begrijpen en neigen we gemakkelijk tot er te licht over denken.

Een voorbeeld. Als iemand anders een fles niet kan opendraaien, dan zijn we geneigd te denken: “Geef mij maar even”, omdat het ons normaliter wel lukt. We geloven niet, dat het aan die fles ligt. Pas als we zelf ervaren, dat het ons ook niet lukt snappen we, dat het kennelijk geen gewone fles was. Psychische aandoeningen lijken op gewone flessen, die je best kunt opendraaien tot je zelf moet ervaren, dat het zo eenvoudig niet is.

Gebrek aan wilskracht

Het grootste stigma op psychische aandoeningen is het onterechte oordeel, dat het een kwestie is van gebrek aan inzet, wilskracht, of doorzettingsvermogen. Een moreel tekort. Daarmee doen we mensen die te kampen hebben met een psychische aandoening enorm tekort.

Als er iets is wat stigma kan verminderen dan is het, dat we deze eenvoudige waarheid tot ons laten doordringen. Je mag van geluk spreken als je niet getroffen wordt door een psychische aandoening. Als je een fles hebt, die je gewoon open kunt draaien.

Echt anders denken over psychische aandoeningen is:
“Het is geen verdienste, maar geluk, als het mij niet treft”.
“Ik had het niet beter gedaan als het mij was overkomen.”
Dat is niet prettig om onder ogen te zien, maar altijd nog veel makkelijker dan het te moeten ervaren. Als het congres zó anders denken kan versterken, al is het maar een beetje, dan is het niet voor niks geweest.

Photo credit: opensourceway via photopin (license) – adaptation
Gepubliceerd op Medisch Contact op 5 september 2014.
Samen Sterk zonder Stigma werkt aan het doorbreken van het taboe op psychische aandoeningen.