Kort geleden kreeg ik een mail van iemand die worstelde met de vraag of het verstandig was open te zijn over zijn psychische problematiek. Hij was een succesvolle arts, al vroeg gepromoveerd en net in opleiding tot medisch specialist, toen hij opeens binnen enkele weken veel te actief werd, zichzelf overschatte, grootse plannen had, heel prikkelbaar was en overmatig opgewekt. Een manie, die opname noodzakelijk maakte. De manie nam in enkele weken af door de behandeling, maar werd gevolgd door een diepe depressie. Diagnose: bipolaire stoornis.

Het herstel van de depressie nam maanden in beslag. “Ik ben door een hel gegaan”, zei hij. “Godzijdank is dat over, maar ik ben nog lang niet de oude. Ik kan nog niet een kwart van wat ik eerder kon.”

Beroemd of gratis koffie

Een dikke streep door de toekomstplannen. De opleiding kon hij niet voortzetten. Hij zocht ander werk, maar wist niet goed hoe daarbij om te gaan met zijn psychische aandoening.
“In de spreekkamer van mijn psychiater hangt een poster van beroemde mensen die een bipolaire stoornis hebben”, schreef hij.

“Een vriend van me, die ik heb leren kennen tijdens de opname, vertelde me dat hij steun ervaart aan bijeenkomsten met lotgenoten, die door het psychiatrisch ziekenhuis worden georganiseerd. De koffie is gratis.

Maar ik hoef niet beroemd te zijn en ik hoef ook geen gratis koffie. Ik wil gewoon zo normaal mogelijk leven.

Als je beroemd bent, dan maakt het niet uit en als je helemaal niet kunt functioneren dan heb je geen keus, maar nu het wat beter met me gaat, wil ik niet dat iedereen weet wat ik heb. Ik voel me kwetsbaar als ik het vertel. En ik ben mijn zelfvertrouwen toch al voor een groot deel verloren. Bovendien schaam ik me, ook al weet ik verstandelijk wel dat dat niet hoeft.”

Aanslag

Wat hij beschreef is wat wel zelfstigma wordt genoemd. Ik vind dat geen prettig woord. Heb je eerst al een psychische aandoening die roet in het eten gooit, en als je er dan mee worstelt dan komt het omdat je zelf te negatief naar jezelf kijkt.

Dat neemt niet weg dat het hebben van een psychische aandoening een forse aanslag is op je zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde. Dat is volstrekt begrijpelijk, want ons gevoel van eigenwaarde ontlenen we voor een niet onbelangrijk deel aan wat we presteren en hoe we functioneren.

Een zeer intelligente patiënte van me zei: “Ik begrijp niet waarom ik zo’n goed verstand gekregen heb, als ik vervolgens door mijn psychische problematiek daar niks mee kan doen. Dat voelt haast als een wrede kwelling dat ik het dan toch heb.”

Opgave

De opgave waar iemand die door psychische problematiek beperkt wordt voor staat, is om zijn gevoel van eigenwaarde minder van het resultaat te laten afhangen en meer te kijken naar de inspanning die hij moet leveren.

Dat klinkt mooi, maar dat is een geweldig moeilijke klus.
Gelukkig is er de laatste jaren wel meer aandacht voor dit thema, bijvoorbeeld binnen de herstelbeweging. Het woord herstel kan makkelijk verkeerd begrepen worden in de zin van het (volledig) herstellen van de aandoening. Het gaat in feite om het herstel van je zelfrespect en het vinden van een nieuw evenwicht.

Moet je daarvoor altijd open zijn over wat je is overkomen?
Als je beroemd bent of als je geen keus hebt, dan maakt het niet uit. Maar anders kan het een moeilijke afweging zijn.

Open zijn kan waardevol zijn en stigma en zelfstigma verminderen. Maar ik kan me ook goed voorstellen dat iemand daar niet voor kiest en ook dat dat verstandiger is. Vaste regels zijn daarvoor niet te geven. Ieder moet vrij zijn hierin zelf een keus te maken.

Photo credit: opensourceway via photopin (license)adaptation

Gepubliceerd op Medisch Contact op 8 september 2014.
Samen Sterk zonder Stigma werkt aan het doorbreken van het taboe op psychische aandoeningen.