Hieronder staan 10 vragen over je obsessies (dwanggedachten) en je compulsies (dwanghandelingen). Obsessies zijn gedachten, voorstellingen, beelden of impulsen die je krijgt en die onrust geven. Compulsies zijn uiterlijke handelingen of innerlijke gedachten die je doet om de onrust weg te nemen.

Je antwoorden geven inzicht of je klachten te maken kunnen hebben met dwanggerelateerde problematiek en in welke mate: niet, licht, mild, matig, (zeer) ernstig. Als je vragen hebt n.a.v. de uitkomst, kun contact opnemen met één van de mailcontactpersonen op de pagina Stel een vraag of met je huisarts.

Ga bij de beantwoording van de vragen uit van de situatie van de afgelopen week.
Je kunt zowel op het rondje als op de tekst klikken.

  1. Hoeveel tijd heeft u de afgelopen week besteed aan uw dwanggedachten? (Of hoe vaak kwamen de dwanggedachten de afgelopen week voor?)
  2. In hoeverre belemmerden de dwanggedachten u de afgelopen week in uw sociaal functioneren of bij het vervullen van uw werk of andere activiteiten? (Waren er zaken die u niet kon doen vanwege de dwanggedachten? Als u op het moment geen werk hebt, hoe zou uw handelen worden belemmerd als u wel werk zou hebben?)
  3. Hoeveel heeft u de afgelopen week onder uw dwanggedachten geleden? (In de meeste gevallen werd het lijden gekenmerkt door angst. Scoor alleen de angst die uitgelokt werd door dwanggedachten, niet de gegeneraliseerde angst of de angst gekoppeld aan andere omstandigheden).
  4. Hoeveel moeite heeft u de afgelopen week gedaan om u te verzetten tegen de dwanggedachten? (Hoe vaak probeerde u, als deze gedachten in u opkwamen, ze te negeren of er geen aandacht aan te besteden? Scoor alleen de inspanning van het verzetten, niet het succes of het mislukken ervan).
  5. Hoeveel controle had u de afgelopen week over uw dwanggedachten? (Hoe goed lukte het u om uw dwanggedachten te stoppen of er een andere wending aan te geven?).
  6. Hoeveel tijd heeft u de afgelopen week besteed aan uw dwanghandelingen? (Hoeveel langer dan andere mensen doet u er, door uw rituelen, over om dagelijkse activiteiten uit te voeren? Hoe vaak voerde u dwanghandelingen uit? Tel het voorkomen van de dwanghandelingen en niet het aantal dwanghandelingen; als u bijvoorbeeld 20 keer per dag uw handen 5 maal heel erg kort waste, vertoonde u 20 keer dwanghandelingen en niet 100 keer.)
  7. In hoeverre belemmerden de dwanghandelingen u de afgelopen week in uw sociaal functioneren of bij het vervullen van uw werk of andere activiteiten? (Waren er zaken die u niet kon doen vanwege de dwanghandelingen? Als u op het moment geen werk heeft, hoe zou uw handelen worden belemmerd als u wel werk zou hebben?).
  8. Hoe zou u zich de afgelopen week hebben gevoeld als het niet mogelijk zou zijn geweest om de dwanghandelingen uit te voeren? (Hoe angstig zou u dan worden? Hoe angstig was u tijdens het uitvoeren van dwanghandelingen voordat u ze allemaal naar tevredenheid heeft uitgevoerd?).
  9. Hoeveel moeite heeft u de afgelopen week gedaan om u te verzetten tegen de dwanghandelingen? (Scoor alleen de inspanning van het verzetten, niet het succes of het mislukken ervan).
  10. Hoe sterk was de afgelopen week de behoefte om de dwanghandelingen uit te voeren? (Hoeveel controle had u over uw dwanghandelingen?).

Nederlandse vertaling
Daniëlle Cath en Patricia van Oppen